<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>onderhuur Archives - Groos Advocatuur</title>
	<atom:link href="https://www.groosadvocatuur.nl/tag/onderhuur/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.groosadvocatuur.nl/tag/onderhuur/</link>
	<description>Specialist in vastgoedrecht</description>
	<lastBuildDate>Mon, 19 Apr 2021 14:31:11 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.0</generator>
	<item>
		<title>Column Goede Zaken 13 april 2021: Supermarkt of pop-up store?</title>
		<link>https://www.groosadvocatuur.nl/recht/column-goede-zaken-13-april-2021-supermarkt-of-pop-up-store/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Fleur Groos]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 14 Apr 2021 15:58:42 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[bedrijfsruimte]]></category>
		<category><![CDATA[contractenrecht]]></category>
		<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[Recht]]></category>
		<category><![CDATA[bestemming]]></category>
		<category><![CDATA[exploitatieverplichting]]></category>
		<category><![CDATA[gebruik]]></category>
		<category><![CDATA[huur]]></category>
		<category><![CDATA[onderhuur]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.groosadvocatuur.nl/?p=1556</guid>

					<description><![CDATA[<p>Deze vraag stond centraal in een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden uit december 2020. De uitspraak leert dat een duidelijke formulering van de bestemming van het gehuurde in de huurovereenkomst van groot belang is, niet alleen voor de huurder, maar ook voor de verhuurder. De zaak Supermarkteigenaar Marqt had een bedrijfsruimte gehuurd en in de [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/recht/column-goede-zaken-13-april-2021-supermarkt-of-pop-up-store/">Column Goede Zaken 13 april 2021: Supermarkt of pop-up store?</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div id="attachment_1557" style="width: 687px" class="wp-caption alignnone"><a href="https://www.groosadvocatuur.nl/wp-content/uploads/2021/04/Goede-zaken-13-april-2021.jpg"><img fetchpriority="high" decoding="async" aria-describedby="caption-attachment-1557" class="size-full wp-image-1557" src="https://www.groosadvocatuur.nl/wp-content/uploads/2021/04/Goede-zaken-13-april-2021.jpg" alt="Column Goede Zaken 13 april 2021" width="677" height="672" srcset="https://www.groosadvocatuur.nl/wp-content/uploads/2021/04/Goede-zaken-13-april-2021.jpg 677w, https://www.groosadvocatuur.nl/wp-content/uploads/2021/04/Goede-zaken-13-april-2021-300x298.jpg 300w, https://www.groosadvocatuur.nl/wp-content/uploads/2021/04/Goede-zaken-13-april-2021-80x80.jpg 80w, https://www.groosadvocatuur.nl/wp-content/uploads/2021/04/Goede-zaken-13-april-2021-36x36.jpg 36w, https://www.groosadvocatuur.nl/wp-content/uploads/2021/04/Goede-zaken-13-april-2021-180x180.jpg 180w" sizes="(max-width: 677px) 100vw, 677px" /></a><p id="caption-attachment-1557" class="wp-caption-text">Omschrijving van de bestemming van het gehuurde in combinatie met onderverhuur en exploitatieplicht</p></div>
<p>Deze vraag stond centraal in een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden uit december 2020. De uitspraak leert dat een duidelijke formulering van de bestemming van het gehuurde in de huurovereenkomst van groot belang is, niet alleen voor de huurder, maar ook voor de verhuurder.</p>
<p><strong>De zaak</strong></p>
<p>Supermarkteigenaar Marqt had een bedrijfsruimte gehuurd en in de huurovereenkomst was bepaald dat Marqt het gehuurde uitsluitend mocht gebruiken voor detailhandel. Aan deze bepaling was toegevoegd dat de verhuurder garandeerde dat de bedrijfsruimte kon worden gebruikt als Marqt- supermarkt, zonder dat daarvoor aanvullende vergunningen waren vereist. Verder was het Marqt toegestaan om het gehuurde onder te verhuren en was Marqt verplicht om het gehuurde gedurende de looptijd van de huurovereenkomst zelf te gebruiken.</p>
<p>Marqt werd overgenomen door de eigenaar van een supermarkt gelegen aan de overkant van het gehuurde en besloot daarom geen supermarkt in het gehuurde te gaan exploiteren. De bedrijfsruimte werd onderverhuurd aan een ‘pop-up’ winkel voor meubels. Verhuurder startte een gerechtelijke procedure, waarin hij veroordeling van Marqt tot ingebruikname van het gehuurde als supermarkt vorderde.</p>
<p><strong>Beoordeling</strong></p>
<p>Zowel de rechtbank als het Hof oordeelden dat uit de huurovereenkomst niet volgt dat Marqt verplicht was om het gehuurde zelf uitsluitend als supermarkt te gebruiken. De contractuele bestemming “detailhandel” biedt ruimte aan meer dan alleen een supermarkt. De verhuurder kon Marqt evenmin houden aan de verplichting om het gehuurde zelf te gebruiken, omdat dat niet strookt met de uitdrukkelijke bevoegdheid van Marqt om het gehuurde onder te verhuren.</p>
<p><strong>Conclusie</strong></p>
<p>Deze uitspraak laat zien dat een duidelijke formulering van de bestemming belangrijk is. Let daarom bij het sluiten van een huurovereenkomst goed op de formulering van de bestemming, alsook op de huurder en de branche waarin deze zich begeeft. Een startende ondernemer heeft belang bij een ruime formulering, zodat er ruimte bestaat om in de toekomst zijn assortiment uit te breiden. Het kan ook raadzaam zijn om de bestemming nader te concretiseren, om de verkoop van bepaalde producten vanuit het gehuurde uit te sluiten of juist te waarborgen. Hierbij kan worden gedacht aan een beperking tot non-food of verkoop van uitsluitend producten in het hogere segment.</p>
<p>Vragen? Neem gerust contact op!</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/recht/column-goede-zaken-13-april-2021-supermarkt-of-pop-up-store/">Column Goede Zaken 13 april 2021: Supermarkt of pop-up store?</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Onderverhuur via airbnb rechtvaardigt ontbinding huurovereenkomst</title>
		<link>https://www.groosadvocatuur.nl/recht/onderverhuur-via-airbnb-rechtvaardigt-ontbinding-huurovereenkomst/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Fleur Groos]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 27 Nov 2020 09:16:14 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[Recht]]></category>
		<category><![CDATA[Airbnb]]></category>
		<category><![CDATA[bewijsbeding]]></category>
		<category><![CDATA[hoofdverblijf]]></category>
		<category><![CDATA[onderhuur]]></category>
		<category><![CDATA[ontbinding]]></category>
		<category><![CDATA[woonruimte]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.groosadvocatuur.nl/?p=1460</guid>

					<description><![CDATA[<p>Arrest Gerechtshof Den haag 10 november 2020 Essentie: Het hof oordeelt – in tegenstelling tot de kantonrechter &#8211; dat ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is op de grond dat de huurster de gehuurde woning aan toeristen had (onder)verhuurd via Airbnb. Het Hof oordeelt dat het tekortkomen drie weken heeft geduurd. Huurder was daarmee kort na [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/recht/onderverhuur-via-airbnb-rechtvaardigt-ontbinding-huurovereenkomst/">Onderverhuur via airbnb rechtvaardigt ontbinding huurovereenkomst</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Arrest Gerechtshof Den haag 10 november 2020</strong></p>
<p>Essentie:</p>
<p>Het hof oordeelt – in tegenstelling tot de kantonrechter &#8211; dat ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is op de grond dat de huurster de gehuurde woning aan toeristen had (onder)verhuurd via Airbnb.</p>
<p>Het Hof oordeelt dat het tekortkomen drie weken heeft geduurd. Huurder was daarmee kort na aanvang van de huurovereenkomst begonnen en zij zou daarmee nog maandenlang zijn doorgegaan (de <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span>-reserveringen liepen tot in juli 2019 en hadden in januari al betrekking op 109 nachten <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span>-verhuur, zodat de woning ruim de helft van de tijd verhuurd zou zijn) indien Stadswonen niet had ingegrepen. Daarmee staat vast dat huurder de woning lange tijd in strijd met de overeenkomst voor <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span>-verhuur wilde gebruiken en daartoe al overeenkomsten (de reserveringen) was aangegaan.</p>
<p><strong>Huurovereenkomst</strong></p>
<p><span class="emphasis">In de huurovereenkomst is het volgende bepaald:</span></p>
<p><strong><span class="emphasis">Bestemming en gebruik</span></strong></p>
<p><span class="emphasis">1. Huurder zal het gehuurde overeenkomstig de daaraan gegeven bestemming van woonruimte gebruiken (&#8230;)</span></p>
<p><span class="emphasis">2. Huurder zal het gehuurde gedurende de huurtijd als woonruimte voor hem zelf (&#8230;) bewonen en er zijn hoofdverblijf hebben. Hij zal het gehuurde, (&#8230;) overeenkomstig de bestemming gebruiken en deze bestemming niet wijzigen. (&#8230;)</span></p>
<p><span class="emphasis">3. Het is de huurder uitsluitend met voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurder toegestaan het gehuurde onder te verhuren of aan een derde in gebruik te geven. (&#8230;)</span></p>
<p><span class="emphasis">4. Indien huurder het gehuurde zonder toestemming van verhuurder heeft <span class="hl1 hl4 highlightColor1 highlightColor4">onderverhuurd</span>, in huur heeft afgestaan of aan derden in gebruik heeft gegeven, rust de bewijslast dat huurder onafgebroken het hoofdverblijf in het gehuurde heeft behouden op huurder. Voor ongeoorloofde onderhuur geldt voorts dat huurder alle door onderhuur verkregen inkomsten aan verhuurder dient af te dragen, onverminderd het recht van verhuurder aanspraak te maken op de contractuele boete als bedoeld in artikel 15 van deze voorwaarden.</span></p>
<p><strong>De klacht</strong></p>
<p>Medio januari 2019 klaagde een buurvrouw van huurder bij Stadswonen over in- en uitloop van onbekende mensen die in de woning overnachtten. Bij onderzoek trof Stadswonen op de website van <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span> een advertentie aan over de woning en een <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span>-lidmaatschapspagina van huurder. De advertentie vermeldde onder andere:</p>
<p>“<span class="emphasis">(…)</span></p>
<p><span class="emphasis">Toegang voor gasten</span></p>
<p><span class="emphasis">You will get the whole apartment, so you will have all your privacy.</span></p>
<p><span class="emphasis">Interactie met gasten</span></p>
<p><span class="emphasis">I won’t be in the apartment, however just in the building next to it, so I will always be available if you need anything.</span></p>
<p><span class="emphasis">(&#8230;)</span></p>
<p><span class="emphasis">Slaapkamerindeling</span></p>
<p><span class="emphasis">Slaapkamer 1</span></p>
<p><span class="emphasis">1 tweepersoonsbed</span></p>
<p><strong>Grondslag vordering verhuurder</strong></p>
<p>Stadswonen heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat huurdertekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst door het gehuurde in strijd met artikel 7:244 BW en artikel 6.2 lid 3 van de AV zonder toestemming van Stadswonen onder te verhuren, door in strijd met artikel 6.2 lid 2 van de AV en in strijd met artikel 7:213 BW haar hoofdverblijf niet in het gehuurde te houden en daar (in elk geval in januari 2019) niet te wonen en door het gehuurde niet volgens de bestemming van ‘woonruimte’ te gebruiken, maar ter beschikking te stellen aan toeristen en aldus vanuit het gehuurde commerciële recreatiediensten te verlenen. Deze tekortkomingen rechtvaardigen volgens Stadswonen ontbinding van de huurovereenkomst, omdat (zeer kort gezegd) Stadswonen een zero-tolerancebeleid ten aanzien van woonfraude voert en de illegale <span class="hl5 highlightColor5">onderverhuur</span> de leefbaarheid in de woonomgeving negatief beïnvloedt. Op grond van de huurovereenkomst moet huurder de <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span>-inkomsten afstaan en een boetebedrag betalen.</p>
<p><strong>Verweer huuurder</strong></p>
<p>Huurder heeft betwist dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst. Zij had en heeft haar hoofdverblijf in de woning en steeds één kamer voor zichzelf gehouden. Artikel 7:244 BW verbiedt niet om de woning gedeeltelijk aan een ander in gebruik te geven. Ook de huurovereenkomst met artikel 6.2 lid 3 AV ziet hierop niet althans niet duidelijk en ondubbelzinnig. Voorts levert het incidenteel laten logeren van gasten in het gehuurde geen strijd op met de bestemming. Huurder heeft ook aangevoerd dat een overtreding, zo daarvan wel sprake is, niet aan haar kan worden toegerekend. Zij besefte niet dat het <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span>-logeren niet mocht en tot ontbinding van de huurovereenkomst kon leiden, totdat Stadswonen haar erop aansprak. Zij schrok daarvan en heeft de <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span>-verhuur direct gestaakt.</p>
<div class="paragroup"><strong>Oordeel kantonrechter </strong></div>
<div></div>
<div>De kantonrechter heeft- kort gezegd- geoordeeld dat de tekortkomingen van hiuurder onder de omstandigheden van deze zaak geen ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning rechtvaardigen, omdat de tekortkomingen, alles afwegende, van te geringe betekenis zijn en de gevolgen van ontbinding en ontruiming voor huurder te ernstig (overweging 5.8).</div>
<div></div>
<div></div>
<div><strong>Hoger beroep</strong></div>
<div></div>
<div>Verhuurder heeft hoger beroep ingesteld, Stadswonen heeft zich met tien grieven tegen het vonnis gekeerd. Alle grieven zien op de afwijzing van de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.</div>
<div></div>
<div></div>
<div><strong>Overwegingen van het Hof</strong></div>
<div></div>
<div>Zoals de kantonrechter terecht heeft overwogen, geeft iedere tekortkoming door een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen de wederpartij de bevoegdheid de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter heeft vervolgens geoordeeld dat huurder wel tekortgekomen is, maar dat haar tekortkomingen van te geringe betekenis zijn en de ontbinding met haar gevolgen voor huurder te ernstig, zodat de tekortkomingen de ontbinding niet rechtvaardigen.</div>
<div>
<div class="paragroup">
<div class="parablock">
<p>Voor het hof staat vast dat huurder de woning in eerste 21 dagen van januari 2019 gedurende 13 nachten en, gelet op de ‘wisseldagen’, méér dan 13 dagen, zonder toestemming van Stadswonen, voor <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span>-verhuur gebruikte. De <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span>-gasten gebruikten (in elk geval) één slaapkamer, de woonkamer, de keuken en de badkamer, die huuurder daarvoor functioneel had ingericht. Huurder had de woning hiermee (in elk geval grotendeels en het merendeel van de tijd) niet uitsluitend bestemd als woonruimte voor haar één- of tweepersoonshuishouden, zoals contractueel was afgesproken (artikel 3). Het is niet aannemelijk, zoals de kantonrechter al heeft overwogen, dat huurder haar <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span>-gebruik kon opvatten als enkel ‘het laten logeren van reizigers’ en niet als verhuren van haar woonruimte. Daarmee staat vast dat huurder de woning niet uitsluitend bestemde voor haar als woonruimte en dat huurder de woning zonder toestemming van Stadswonen <span class="hl2 highlightColor2">onderverhuurde</span>. Dit zijn tekortkomingen.</p>
<p>Ter beantwoording van de vraag of deze tekortkomingen de ontbinding rechtvaardigen, overweegt het hof het volgende.</p>
</div>
</div>
<div class="paragroup">
<p>Het tekortkomen heeft drie weken geduurd.Huurder was daarmee kort na aanvang van de huurovereenkomst begonnen en zij zou daarmee nog maandenlang zijn doorgegaan (de <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span>-reserveringen liepen tot in juli 2019 en hadden in januari al betrekking op 109 nachten <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span>-verhuur, zodat de woning ruim de helft van de tijd verhuurd zou zijn) indien Stadswonen niet had ingegrepen. Daarmee staat vast dat huurder de woning lange tijd in strijd met de overeenkomst voor <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span>-verhuur wilde gebruiken en daartoe al overeenkomsten (de reserveringen) was aangegaan.</p>
<p>Huurder heeft hier tegenover aangevoerd dat Stadswonen haar bij het sluiten van de huurovereenkomst niet specifiek had gewaarschuwd voor de gevolgen van <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span>-verhuur aan toeristen (de algemene voorwaarden noemen het algemenere verbod van <span class="hl3 highlightColor3">onderverhuren</span> en aan derden in gebruik geven, niet concreet <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span> of (ander) kort durend verhuur en ook niet zero-tolerancebeleid) en dat huurder, zodra Stadswonen haar erop aansprak, de <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span>-verhuur per direct heeft gestaakt en gestaakt gehouden en openheid van zaken over haar <span class="hl6 highlightColor6">Airbnb</span>-verhuur heeft gegeven.</p>
</div>
<div class="paragroup">
<div class="parablock">
<p>Dit weegt in deze zaak voor het hof niet voldoende zwaar. Een eerdere tekortkoming is daarmee niet weg en Stadswonen heeft belang bij handhaving van de verplichting om de woning uitsluitend te gebruiken voor bewoning door de huurder zelf. Een voldoende zwaarwegend belang van huurder bij behoud van de woning voor de toekomst heeft huurder niet (in elk geval niet voldoende) naar voren gebracht. In het bijzonder kan het hof, anders dan de kantonrechter, niet oordelen dat de gevolgen van ontbinding van de huurovereenkomst voor huurder  verstrekkend zijn. Huurder heeft dat gesteld en Stadswonen heeft dat betwist. Uit hetgeen huurder daartoe heeft aangevoerd volgt dat het voor het verkrijgen van de verblijfsvergunning van haar echtgenoot noodzakelijk is dat haar echtgenoot zich kan inschrijven bij de gemeente, waarvoor (bijvoorbeeld) een huurovereenkomst nodig is. Huurder heeft niet aangevoerd dat behoud van deze huurovereenkomst en de aan <span class="emphasis">deze</span> woning gekoppelde inschrijving nodig zijn om de benodigde inschrijving (tijdig) te realiseren. Het hof kan daar zonder meer ook niet van uit gaan, omdat huurder tevens heeft aangevoerd dat zij arts is, met het bijbehorende bruto salaris, zodat het hof juist moet aannemen dat zij elders in de omgeving van haar werk tijdig een passende woning voor haar en haar echtgenoot kan (gaan) huren.</p>
<p>Het voorgaande brengt met zich dat de grieven doel treffen en geen verdere, afzonderlijke bespreking behoeven. Het hof zal de vorderingen van Stadswonen tot ontbinding en ontruiming toewijzen.</p>
</div>
</div>
</div>
<div>Voor de volledige uitspraak klik <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHDHA:2020:2109&amp;showbutton=true&amp;keyword=onderverhuur+airbnb+">hier</a></div>
<div></div>
<div>Heeft u vragen over ontbinding, onderverhuur of hoofdverblijf, neem dan contact met <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/advocaat-in-vastgoedrecht/">mij</a> op!</div>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/recht/onderverhuur-via-airbnb-rechtvaardigt-ontbinding-huurovereenkomst/">Onderverhuur via airbnb rechtvaardigt ontbinding huurovereenkomst</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>De positie van de onderhuurder bij faillissement onderverhuurder</title>
		<link>https://www.groosadvocatuur.nl/huurrecht/faillissement-onderhuur-einde-huur/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Fleur Groos]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 12 Jan 2017 10:55:28 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[bedrijfsruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[Woonruimte]]></category>
		<category><![CDATA[curator]]></category>
		<category><![CDATA[faillissement]]></category>
		<category><![CDATA[onderhuur]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.groosadvocatuur.nl/?p=759</guid>

					<description><![CDATA[<p>Inleiding Met in het achterhoofd de lijst van winkelketens die in de afgelopen periode failleerden en al dan niet een doorstart maakten, alsmede het gegeven dat steeds meer bedrijven ervoor kiezen om zich in een bedrijfsverzamelgebouw te huisvesten, volgt hieronder een bijdrage waarin wordt ingegaan op de positie van de onderhuurder. Wat is het effect [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/huurrecht/faillissement-onderhuur-einde-huur/">De positie van de onderhuurder bij faillissement onderverhuurder</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Inleiding</strong></p>
<p>Met in het achterhoofd de lijst van winkelketens die in de afgelopen periode failleerden en al dan niet een doorstart maakten, alsmede het gegeven dat steeds meer bedrijven ervoor kiezen om zich in een bedrijfsverzamelgebouw te huisvesten, volgt hieronder een bijdrage waarin wordt ingegaan op de positie van de onderhuurder. Wat is het effect van het faillissement van de onderverhuurder voor de onderhuurder?</p>
<p><strong>Artikel 37 en 39 faillissementswet</strong></p>
<p>De hoofdregel in het faillissementsrecht is &#8211; kort gezegd &#8211; dat een faillissement op bestaande wederkerige overeenkomsten geen invloed heeft (artikel 37 Faillissementswet). Een uitzondering op deze hoofdregel staat in art. 39 Faillissementswet (Fw.) voor het geval een huurder van een pand failliet gaat:</p>
<p>In het geval een <strong>huurder</strong> van een pand failliet gaat, heeft zowel de verhuurder als de curator van de huurder het recht de overeenkomst (tussentijds) op te zeggen met inachtneming van een opzegtermijn van maximaal drie maanden (ervan uitgaande dat er geen huur vooruit betaald is, in dat geval wordt de termijn verlengd met de periode waarvoor de huur vooruit betaald is).</p>
<p>Deze uitzondering van art. 39 Fw. geldt dus niet voor de situatie dat een <strong>verhuurder</strong> van een pand failliet gaat. Daarvoor geldt de hiervoor aangehaalde hoofdregel van art. 37 Fw.,inhoudende dat het faillissement geen invloed heeft op bestaande wederkerige overeenkomsten. In dat geval moet de curator van de failliete verhuurder het huurgenot (in beginsel) blijven leveren en moet de huurder de huur blijven betalen.</p>
<p><strong>Het recht op wanprestatie en Berzona</strong></p>
<p>Op grond van art. 37 Fw. heeft de curator echter (ook) het recht om niet na te komen, ofwel om te wanpresteren. Deze bevoegdheid tot wanprestatie is door de Hoge Raad bij arrest van 11 juli 2014 beperkt. De Hoge Raad heeft in dit zogenaamde Berzona &#8211; arrest (<a href="http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2014:1681">HR 11 juli 2014, NJ 2014, 407</a>) beslist dat de curator van de failliete verhuurder weliswaar het recht heeft om niet na te komen, maar dat dit recht op wanprestatie uitsluitend ziet op “passief” niet nakomen. Met “passief” niet nakomen worden handelingen bedoeld die ten koste gaan van de boedel, bijvoorbeeld de betaling van een schuld van de failliet of het uitvoeren van onderhoud aan het gehuurde. Het tussentijds ontruimen van de huurder is een actieve handeling, een handeling die de curator op grond van het faillissement van de verhuurder en het recht op wanprestatie niet toekomt.</p>
<p>Praktisch houdt het voorgaande in dat als de verhuurder failliet gaat, de huurder niet in zijn gebruik mag worden gestoord door deze de ontruiming aan te zeggen. De vraag is of de positie van de huurder als gevolg van het Berzona- arrest ook daadwerkelijk is versterkt in het geval de verhuurder failliet gaat. De overwegingen uit dit arrest hebben immers veel kritiek ondervonden, niet valt uit te sluiten dat de “regel” uit het arrest (fors) zal worden bijgesteld.</p>
<p><strong>Positie van de onderhuurder </strong></p>
<p>De hierboven gegeven regels gelden weliswaar ook in de relatie tussen onderverhuurder en onderhuurder. Echter, in de situatie dat de hoofdhuurder tevens onderverhuurder failliet gaat, dan zal in de regel de curator van de failliete hoofdhuurder of de hoofdverhuurder de hoofdhuurovereenkomst op grond van art. 39 Fw. opzeggen. Op het moment dat de hoofdhuurovereenkomst is geëindigd, kan de failliete hoofdhuurder tevens onderverhuurder feitelijk niet langer het huurgenot aan de onderhuurder verschaffen.</p>
<p>De vraag is of de regel uit het Berzona- arrest in deze situatie (ten opzichte van de onderhuurder) van toepassing is. De hoofdhuurovereenkomst is regelmatig beëindigd op grond van art. 39 Fw., de ontruiming van de onderhuurder is met andere woorden het gevolg van het eindigen van de hoofdhuurovereenkomst op grond van art. 39 Fw. en niet op grond van art. 37 Fw., zodat het recht op (passief) wanpresteren hier niet aan de orde is.</p>
<p>Ervan uitgaande dat de onderhuurder op het moment dat de hoofdhuurovereenkomst eindigt gedwongen kan worden tot ontruiming, is de onderhuurder tot dat moment (verstrijken van de opzegtermijn hoofdhuurovereenkomst) gerechtigd om gebruik te blijven maken van het gehuurde. Op grond van de (lagere) rechtspraak zal de onderhuurder gedurende die periode in beginsel de huurpenningen moet blijven betalen. Oók de verschuldigde huurpenningen van vóór de datum van faillissement blijven verschuldigd.</p>
<p><strong>Verrekening schade met huurpenningen</strong></p>
<p>De onderhuurovereenkomst zal als gevolg van het eindigen van de hoofdhuurovereenkomst vervroegd eindigen, met alle schade van dien. De faillissementswet kent een ruime verrekeningsbevoegdheid. Echter, in de algemene bepalingen behorende bij het veel gehanteerde standaard ROZ model huurovereenkomst is een verrekeningsverbod opgenomen. Op grond van dit verbod zal het de onderhuurder in beginsel – behoudens bijzondere omstandigheden- niet zijn toegestaan om zijn schade met de huurpenningen te verrekenen. Bij het aangaan van een onderhuurovereenkomst verdient het dan ook aanbeveling om  het verrekenings-en opschortingsverbod niet van toepassing te laten zijn in het geval van faillissement van de onderverhuurder (door het opnemen van een zogenaamde insolventie clausule).</p>
<p><strong>Conclusie</strong></p>
<p>De positie van de onderhuurder is in het geval dat de onderverhuurder failliet gaat niet bijzonder sterk, een ontruiming zal vaak het gevolg zijn. Indien er een doorstart wordt gemaakt is de positie van de onderhuurder afhankelijk van de afspraken die daaromtrent zijn gemaakt tussen de hoofdverhuurder, de curator van de failliete huurder en de overnemende partij. Veel instrumenten om de schade te beperken heeft de onderhuurder niet. Voor de schade wegens het vroegtijdig eindigen van de onderhuurovereenkomst verkrijgt de onderhuurder (slechts) een concurrente vordering in het faillissement. Het is verdient daarom aanbeveling om bij het aangaan van de onderhuurovereenkomst de positie van de onderhuurder contractueel zoveel als mogelijk te versterken voor het geval dat de onderverhuurder failliet zou gaan gedurende de looptijd van de onderhuurovereenkomst.</p>
<p>Meer weten? Neem gerust <a title="Contact" href="https://www.groosadvocatuur.nl/contact/">contact</a> op.</p>
<p>Mr. F.Groos</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/huurrecht/faillissement-onderhuur-einde-huur/">De positie van de onderhuurder bij faillissement onderverhuurder</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
