<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Groos Advocatuur</title>
	<atom:link href="https://www.groosadvocatuur.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.groosadvocatuur.nl/home/</link>
	<description>Specialist in vastgoedrecht</description>
	<lastBuildDate>Wed, 15 Apr 2026 12:58:22 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.9.4</generator>
	<item>
		<title>Wet modernisering servicekosten</title>
		<link>https://www.groosadvocatuur.nl/huurrecht/wet-modernisering-servicekosten/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Fleur Groos]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 21 Mar 2026 11:46:05 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[Woonruimte]]></category>
		<category><![CDATA[huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[servicekosten]]></category>
		<category><![CDATA[verdeling servicekosten]]></category>
		<category><![CDATA[VvE kosten doorbelasten]]></category>
		<category><![CDATA[Wet modernisering servicekosten]]></category>
		<category><![CDATA[woonruimte]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.groosadvocatuur.nl/?p=2231</guid>

					<description><![CDATA[<p>Servicekosten Servicekosten zijn kosten die samenhangen met de bewoning van de woonruimte en aan de huurder worden doorbelast, zoals kosten voor de G/W/E, verwarming en verlichting van de gemeenschappelijke ruimten, beveiligingskosten, vergoeding voor bepaalde ter beschikking gestelde roerende zaken en bijvoorbeeld ook de kosten voor een internetvoorziening. Ook wanneer de verhuurder onderhoud uitvoert dat op [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/huurrecht/wet-modernisering-servicekosten/">Wet modernisering servicekosten</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><strong><span style="font-size: 14pt;">Servicekosten</span></strong></p>
<p>Servicekosten zijn kosten die samenhangen met de bewoning van de woonruimte en aan de huurder worden doorbelast, zoals kosten voor de G/W/E, verwarming en verlichting van de gemeenschappelijke ruimten, beveiligingskosten, vergoeding voor bepaalde ter beschikking gestelde roerende zaken en bijvoorbeeld ook de kosten voor een internetvoorziening. Ook wanneer de verhuurder onderhoud uitvoert dat op grond van de wet <a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2016-04-01#Boek7_Titeldeel4_Afdeling3_Artikel217">art. 7:217 BW</a> voor rekening van de huurder komt (op grond van het <a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0014931/2003-08-01">Besluit Kleine Herstellingen)</a>, kunnen deze kosten via de servicekosten worden doorbelast (mits partijen dat zijn overeengekomen).  Aan de hand van het Besluit Servicekosten kan men vaststellen welke kosten kunnen worden doorbelast als servicekosten, deze (huidige) lijst is niet- limitatief.</p>
<p class="paragraph___muCs0 font-t-m___IQEnC text-start paragraph">De definitie van servicekosten staat in <a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2016-04-01#Boek7_Titeldeel4_Afdeling5_ParagraafOnderafdeling1_Artikel237">artikel 7:237 lid 3 Burgerlijk Wetboek</a>, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen nutsvoorzieningen met een individuele meter en (overige) servicekosten:</p>
<p class="paragraph___muCs0 font-t-m___IQEnC text-start paragraph"><em>“In deze afdeling wordt verstaan onder kosten voor <u>nutsvoorzieningen met een individuele meter</u>: de vergoeding in verband met de levering van elektriciteit, gas en water voor het verbruik in het woonruimtegedeelte van het gehuurde op basis van een zich in dat gedeelte bevindende individuele meter. Onder <u>servicekosten</u> wordt verstaan de vergoeding voor de overige zaken en diensten die geleverd worden in verband met de bewoning van de woonruimte. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen zaken en diensten worden aangewezen waarvoor de vergoeding moet worden aangemerkt als servicekosten.”</em></p>
<p><span style="font-size: 14pt;"><strong>Servicekosten geschillen</strong></span></p>
<p>In de praktijk ontstaan er vaak geschillen over het voorschot en de afrekening van de servicekosten. Het aantal servicekostengeschillen dat aan de huurcommissie wordt voorgelegd stijgt ieder jaar, in 2024  waren dat er <a href="https://www.huurcommissie.nl/documenten/2025/05/21/jaarverslag-2024">4.109 (jaarverslag HC)</a>. Ook kantonrechters behandelen regelmatig servicekostengeschillen, zie een voorbeeld van de beoordeling van de door verhuurder opgestelde eindafrekening van 18 maart 2026 door de rechtbank Noord-Holland <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2125">hier</a>. In deze procedure heeft de verhuurder de elektriciteitskosten in een complex van 40 eenheden (36 woonruimten, 2 recreatiezalen en 2 bedrijfsruimten) zo nauwkeurig mogelijk laten aansluiten bij de werkelijke kosten en is daarna nagaan of deze verdeling redelijk is. Dit is conform de bedoeling van de wetgever <a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2026-01-01#Boek7_Titeldeel4_Afdeling5_ParagraafOnderafdeling2_Sub-paragraaf2_Artikel259">art. 7:259 BW</a> en artikel 18 Uhw (Uitvoeringswet Huurprijzen Woonruimte). Zie in dit kader ook het <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2020:808">arrest</a> van de Hoge Raad van 24 april 2020.</p>
<p>Servicekostengeschillen zien dikwijls op de vraag of de betreffende levering of dienst wel is overeengekomen; het ontbreken van gespecificeerde facturen, waaruit blijkt dat de leveringen en/of diensten betrekking hebben op het gehuurde; doorbelaste kosten voor het onderhoud van een tuin, dat is alleen toegestaan wanneer die tuin is afgesloten en exclusief is bestemd voor de huurder(s); de doorbelasting van kosten glasbewassing is alleen geoorloofd voorzover de huurder dit zelf had kunnen doen (huurdersonderhoud); volledig doorbelasten van VVE-servicekosten, terwijl VvE-kosten slechts aan een huurder mogen worden doorberekend voor zover deze direct zijn gerelateerd  aan het gebruik van de woning (gebruikskosten). Zie over de doorbelasting VvE servicekosten mijn <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/bedrijfsruimte/grenzen-aan-doorberekening-servicekosten/">eerdere</a> blog.</p>
<p>Om de huurder (nog) beter te beschermen en om de regels omtrent servicekosten te verduidelijken en te verscherpen, is er de <a href="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?qry=wetsvoorstel%3A36648&amp;cfg=wetsvoorsteldetails">Wet Modernisering Servicekosten d</a>ie <a href="https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/04/01/nieuwe-regels-servicekosten-per-1-januari-2027#:~:text=Per%201%20januari%202027%20treedt%20de%20Wet,besluit%20en%20de%20regeling%20zijn%20vandaag%20gepubliceerd.">op 1 januari 2027</a> in werking treedt. De belangrijkste wijzigingen zijn:</p>
<ul>
<li>Geen onderscheid meer tussen kosten nutvoorzieningen en overige servicekosten. Met de nieuw wetgeving (in artikel 7:237 lid 2 BW nieuw) komt men enkel nog te spreken van “servicekosten”, waaronder zowel nutsvoorzieningen met een individuele meter als alle overige servicekosten vallen;</li>
<li>De invoering van een limitatieve lijst van categorieën zaken en diensten die als servicekosten mogen worden doorberekend. Door deze wijziging moet het voor verhuurders direct helder worden welke kosten wel en niet zijn toegestaan. Ook wordt de lijst gemoderniseerd om beter aan te sluiten bij de huidige praktijk;</li>
<li> Van een absolute begrenzing tot de in de lijst genoemde zaken en diensten zal geen sprake zijn. De nieuwe lijst heeft slechts een limitatief <em>karakter</em>, omdat het volgens de minister in sommige gevallen noodzakelijk is om flexibel te zijn door open normen te hanteren. Voor categorieën als roerende zaken, die moeilijk volledig op te sommen zijn, blijft ruimte bestaan voor interpretatie. Tegelijkertijd biedt de modernisering duidelijke grenzen, zodat bijvoorbeeld onroerende aanhorigheden expliciet buiten deze categorie vallen;</li>
<li> Het wetsvoorstel wijzigt ook artikel 7:259, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek met als doel explicieter vast te leggen dat servicekosten uitsluitend betrekking mogen hebben op daadwerkelijk gemaakte kosten, met een redelijke vergoeding voor de geleverde diensten;</li>
<li>Op grond van de <a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0048028/2026-01-01">Wet goed verhuurderschap</a> kunnen gemeenten handhavend optreden tegen verhuurders bij onjuiste toepassing van de regels rond servicekosten, waarbij de nieuwe regelgeving  behulpzaam kan zijn. Gemeenten doen op verzoek van een huurder of op eigen initiatief onderzoek naar het gedrag van een verhuurder en kunnen een waarschuwing geven, een last onder dwangsom of bestuursdwang opleggen of een boete opleggen. Gemeenten kunnen de huurprijs of de servicekosten niet vaststellen. Het gaat uitsluitend om het normeren van het gedrag van een verhuurder;</li>
<li>Een belangrijke verandering is de uitbreiding van de toetsingsmogelijkheden van de Huurcommissie. Momenteel kan de Huurcommissie alleen het voorschotbedrag voor nutsvoorzieningen met een individuele meter toetsen. De overige servicekosten kunnen pas worden getoetst nadat de definitieve jaarafrekening is opgesteld. Dit onderscheid wordt opgeheven, waardoor de Huurcommissie voortaan het voorschotbedrag van alle servicekosten kan beoordelen:</li>
<li>Indien een verhuurder geen jaarafrekening verstrekt, of het daartoe bestemde formulier niet (volledig) invult, dan stelt de Huurcommissie deze de kosten vast op basis van een normbedrag of op € 0,- indien de betreffende zaak of dienst niet door de verhuurder is geleverd. De Huurcommissie zal aldus niet langer zelf een jaarrekening opstellen.</li>
</ul>
<p class="paragraph___muCs0 font-t-m___IQEnC text-start paragraph"><span style="font-size: 14pt;"><strong>Overgangsrecht en bezwaren tegen de nieuwe regelgeving</strong></span></p>
<p class="paragraph___muCs0 font-t-m___IQEnC text-start paragraph">De Wet modernisering servicekosten, en daarmee het nieuwe regime servicekosten, zal enkel gelden voor huurovereenkomsten gesloten ná de inwerkingtreding van de wet (de datum van inwerkingtreding is nog niet bekend). De op het moment van inwerkingtreding van de wet bij de Huurcommissie lopende zaken zullen worden afgedaan op grond van het recht zoals dat gold op het moment van de indiening van de zaak bij de Huurcommissie.</p>
<p>Dit kan problematisch uitpakken bij wooncomplexen, waar aan alle huurders dezelfde (gemeenschappelijke) services worden verleend en deze diensten op grond van de nieuwe (limitatieve) lijst servicekosten niet meer als serviceposten worden aangemerkt. In dat geval zullen verhuurders deze diensten mogelijk niet meer met nieuwe huurders overeengekomen. Het limitatieve karakter van de lijst leidt derhalve tot een (ongewenste) begrenzing van de vrijheid tot het aanbieden van aanvullende leveringen en diensten.</p>
<p>Een ander bezwaar tegen het concept wetsvoorstel is dat de minister dwingende regels mag stellen over de wijze van berekening, daartoe heeft de minister een concept van de Regeling servicekosten ter internetconsulatie gelegd. In dat concept wordt geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat er naast woonruimten, ook andere (bedrijfs-)ruimten van het complex onderdeel uitmaken, zodat het uitgangspunt van de concept regeling- een gelijke verdeling van de kosten over alle woonruimten &#8211; in een dergelijk geval niet tot een redelijke verdeling leidt. Of de nieuwe regelgeving servicekosten tot meer duidelijkheid zal gaan leiden is derhalve nog maar de vraag.</p>
<p class="paragraph___muCs0 font-t-m___IQEnC text-start paragraph">Tot slot is in het kader van servicekosten van belang op te merken dat als gevolg van de invoering van de Wet betaalbare huur, ook huurders in het midden- en het vrije segment geschillen omtrent servicekosten kunnen voorleggen aan de Huurcommissie indien de huurovereenkomst is gesloten na 1 juli 2024.</p>
<p>Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen over servicekosten, neem dan contact met ons op.</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/huurrecht/wet-modernisering-servicekosten/">Wet modernisering servicekosten</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Matiging boete</title>
		<link>https://www.groosadvocatuur.nl/contractenrecht/matiging-boete/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Fleur Groos]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 26 Feb 2026 12:46:15 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[contractenrecht]]></category>
		<category><![CDATA[art. 6:94 BW]]></category>
		<category><![CDATA[boete]]></category>
		<category><![CDATA[buitensporig]]></category>
		<category><![CDATA[matiging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.groosadvocatuur.nl/?p=2215</guid>

					<description><![CDATA[<p>In de praktijk bevatten veel voorkomende overeenkomsten, zoals koopovereenkomsten en huurovereenkomsten, dikwijls contractuele boetes. Een contractuele boete wordt verschuldigd bij overtreding van de gemaakte contractuele afspraken. Deze boetes kunnen flink in de papieren lopen, zo bevat de NVM koopovereenkomst voor een woonhuis een boeteclausule in het geval van ontbinding van de overeenkomst van 10% van [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/contractenrecht/matiging-boete/">Matiging boete</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="article__header--law artikel">
<p>In de praktijk bevatten veel voorkomende overeenkomsten, zoals koopovereenkomsten en huurovereenkomsten, dikwijls contractuele boetes. Een contractuele boete wordt verschuldigd bij overtreding van de gemaakte contractuele afspraken. Deze boetes kunnen flink in de papieren lopen, zo bevat de NVM koopovereenkomst voor een woonhuis een boeteclausule in het geval van ontbinding van de overeenkomst van 10% van de koopsom. Op grond van de wet kan een boete onder omstandigheden door de rechter worden gematigd, daar dient de schuldenaar dan wel expliciet een beroep op te doen, de rechter matigt een boete niet &#8216;ambtshalve&#8217;.</p>
<p>In de wet is over deze matigingsbevoegdheid het volgende bepaald:</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Artikel 6:94 Burgerlijk Wetboek</strong>:</p>
</div>
<p class="lid labeled"><span class="lidnr">lid 1 </span>Op verlangen van de schuldenaar kan de rechter, indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, de bedongen boete matigen, met dien verstande dat hij de schuldeiser ter zake van de tekortkoming niet minder kan toekennen dan de schadevergoeding op grond van de wet.</p>
<p class="lid labeled"><span class="lidnr">lid 2 </span>Op verlangen van de schuldeiser kan de rechter, indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, naast een bedongen boete die bestemd is in de plaats te treden van de schadevergoeding op grond van de wet, aanvullende schadevergoeding toekennen.</p>
<p class="lid labeled">lid 3 Van lid 1 afwijkende bedingen zijn nietig.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Adviezen voor de praktijk</strong></p>
<ul>
<li>een contractueel beding dat matiging uitsluit is nietig</li>
<li>ga na of de algemene bepalingen waar de boete in is opgenomen wel van toepassing zijn verklaard op de overeenkomst, de rechtbank <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:591&amp;showbutton=true&amp;keyword=boete,matiging,art.%2B6%253a94%2BBW&amp;idx=4"> Amsterdam</a> oordeelde hierover en wees de gevorderde boete af</li>
<li>matiging is alleen mogelijk als de billijkheid dit eist, omdat de boete buitensporig of onaanvaardbaar is, zie <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:493&amp;showbutton=true&amp;keyword=huurrecht&amp;idx=2">deze</a> uitspraak van de Rb Midden-Nederland van 4 februari 2026, boete per maand komt neer op 2,5 keer de maandhuur, volgt matiging met 50%. Volgens <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:132&amp;showbutton=true&amp;keyword=exploitatieverplichting,%2Bontbinding,%2Bhuurrecht&amp;idx=1">deze</a> uitspraak rechtbank Midden-Nederland van  22 januari 2026 dient de rechter terughoudend met zijn bevoegdheid tot matiging omgaan en en wordt het beroep op matiging afgewezen, onder andere omdat er sprake is van een vaststellingsovereenkomst;</li>
<li>men dient zelf actief een beroep te doen op matiging van de boete, de rechter matigt niet ambtshalve (uit zichzelf)</li>
<li>Onderbouw de vordering tot matiging met feiten en omstandigheden, bijvoorbeeld dat de verhouding tussen de hoogte van de boete en de werkelijke schade is scheef is; de financiële positie van de partij die de boete verschuldigd wordt (alhoewel in beginsel geldt dat betalingsonmacht niet in de weg staat aan betalingsplicht; in het geval van de ontbinding van een overeenkomst tot koop van een woning de omstandigheid of de woning inmiddels (met winst) is verkocht aan een derde, zo oordeelde het <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHARL:2020:3416">Hof Arnhem-Leeuwarden</a>. Dat het een verkoop tussen consumenten betrof speelde eveneens een rol bij het beroep op matiging van de boete</li>
</ul>
<p><strong>Conclusie</strong></p>
<p>Een beroep op matiging van een verschuldigd geworden boete kan &#8211; mits expliciet ingeroepen en voldoende onderbouwd- lonen. In welke mate boetes bij een geslaagd beroep op matiging worden gematigd is moeilijk in algemene zin te zeggen, dat verschilt van zaak tot zaak en is afhankelijk van de rechter.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Heeft u naar aanleiding van dit artikel neem dan contact met ons op.</p>
<ul id="Boek6_Titeldeel1_Afdeling9_Paragraaf4_Artikel94_Lid3" class="list--law__unordered artikel_leden whitespace-small"></ul>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/contractenrecht/matiging-boete/">Matiging boete</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>VvE recht: Toestemmingsvereiste aanbrengen wijzigingen gemeenschappelijke gedeelten</title>
		<link>https://www.groosadvocatuur.nl/appartementsrecht/toestemmingsvereiste-aanbrengen-wijzigingen-gemeenschappelijke-gedeelten/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Fleur Groos]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 16 Feb 2026 11:43:14 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Appartementsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[VVE recht]]></category>
		<category><![CDATA[appertement]]></category>
		<category><![CDATA[toestemming]]></category>
		<category><![CDATA[vergadering van eigenaars]]></category>
		<category><![CDATA[VVE]]></category>
		<category><![CDATA[wijziging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.groosadvocatuur.nl/?p=2193</guid>

					<description><![CDATA[<p>Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 20 januari 2026 arrest gewezen in een geschil tussen een VvE en een appartementseigenaar. Het gaat in deze zaak om een conflict tussen een vereniging van eigenaars van een appartementencomplex (de VvE) en een van de appartementseigenaars. De appartementseigenaar heeft een gat in de gevel van het complex geboord, dit voor [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/appartementsrecht/toestemmingsvereiste-aanbrengen-wijzigingen-gemeenschappelijke-gedeelten/">VvE recht: Toestemmingsvereiste aanbrengen wijzigingen gemeenschappelijke gedeelten</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 20 januari 2026 arrest gewezen in een geschil tussen een VvE en een appartementseigenaar.</p>
<p>Het gaat in deze zaak om een conflict tussen een vereniging van eigenaars van een appartementencomplex (de <span class="hl2">VvE</span>) en een van de appartementseigenaars. De appartementseigenaar heeft een gat in de gevel van het complex geboord, dit voor de aanleg van een airco-installatie in haar appartement. Ook heeft de appartementseigenaar een aantal drainagetegels van het gebouw verwijderd en vervangen door grind. Volgens de <span class="hl2">VvE</span> had de appartementseigenaar die handelingen niet mogen verrichten zonder toestemming van de vergadering van eigenaars van de <span class="hl2">VvE</span>. Die toestemming is, aldus de <span class="hl2">VvE</span>, niet gegeven.</p>
<p><strong>Procesverloop</strong></p>
<p>De VvE heeft in een procedure bij de rechtbank (de kantonrechter) onder meer gevorderd om de appartementseigenaar te veroordelen om het gat in de gevel te dichten en om de drainagetegels terug te plaatsen. Ook heeft de <span class="hl2">VvE</span> gevorderd om de appartementseigenaar te veroordelen tot afgifte van een gebruikersverklaring van de huurder van het appartement van. De kantonrechter heeft deze vorderingen op 4 april 2023 toegewezen.</p>
<p>De appartementseigenaar heeft hoger beroep ingesteld en vordert dat de vorderingen die zien op het herstel van de gevel en op het terugplaatsen van de drainagetegels, alsnog worden afgewezen. Volgens appellant betreft het boorgat in de gevel van het complex van 50 mm niet een wijziging, zodat er geen toestemmingsvereiste voor geldt. Het maken van zo’n boorgat is volgens de appartementseigenaar geen verandering althans geen wezenlijke verandering in een gemeenschappelijk deel/zaak als bedoeld in het Reglement.</p>
<p><strong>Splitsingsakte</strong></p>
<p>De splitsingsakte vermeldt dat het modelreglement 1992 van toepassing is verklaard, dit voor zover dat modelreglement in de splitsingsakte niet is gewijzigd of aangevuld. Dit reglement (hierna: het Reglement) bepaalt onder meer:</p>
<div class="parablock">
<p><span style="font-size: 10pt;">“<span class="emphasis">F. Gebruik, beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken</span></span></p>
</div>
<div class="parablock">
<p><span class="emphasis" style="font-size: 10pt;">Artikel 9</span></p>
<p><span style="font-size: 10pt;">1. Tot de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken worden onder meer gerekend, voor zover aanwezig:</span></p>
<p><span style="font-size: 10pt;">a. (&#8230;) de <strong>dragende muren</strong> en de kolommen, het geraamte van het gebouw met de ondergrond, het ruwe metselwerk, alsmede de vloeren met uitzondering van de afwerkingen in de privé gedeelten, de buitengevels, (&#8230;) de balkonconstructies, (&#8230;) de terrassen (&#8230;), de daken (&#8230;);</span></p>
<p><span style="font-size: 10pt;">b. (&#8230;)</span></p>
<p><span style="font-size: 10pt;">2. Het is een eigenaar of gebruiker <strong>zonder toestemming van de vergadering niet toegestaan veranderingen aan te brengen in de gemeenschappelijke gedeelten</strong> en de gemeenschappelijke zaken, ook als deze zich in de privé gedeelten bevinden.</span></p>
</div>
<div class="paragroup">
<p>Het appartement is voorafgaand aan de verkoop aan [appellante] , grondig gerenoveerd. De renovatiewerkzaamheden zijn in mei/juni 2020 afgerond. Bij de renovatie is het appartement onder meer voorzien van een airco-installatie. De airco-installatie bestaat uit een binnen-unit en een buiten-unit. Ten behoeve van de aansluiting van de buitenunit is een gat geboord in de gevel van het gebouw. Bij de renovatie heeft [appellante] ook circa 25 drainagetegels van het dakterras vervangen door basaltgrind. Voor deze werkzaamheden was niet vooraf aan de <span class="hl2">VvE</span> om toestemming gevraagd.</p>
</div>
<div class="paragroup">
<p>De <span class="hl2">VvE</span> heeft de toenmalige de appartementseigenaar een brief gestuurd over de verbouwing van het appartement. Daarbij heeft de <span class="hl2">VvE</span> de eigenaar geïnformeerd over welke werkzaamheden zij niet zonder uitdrukkelijke toestemming mag uitvoeren. <span class="nr">Vervolgens heeft </span> de <span class="hl2">VvE</span> per e-mail verzocht om de airco-installatie te verwijderen. Aan dit verzoek is niet voldaan</p>
</div>
<p><strong>Oordeel van het hof</strong></p>
<div class="paragroup">
<ul>
<li>Niet ter discussie staat dat de gevel/muur waarin het boorgat is aangebracht, een dragende buitenmuur is en dat dit een gemeenschappelijke zaak is (zie ook artikel 9 lid 1 Reglement;</li>
<li>Het Reglement bepaalt dat het zonder toestemming van de vergadering van eigenaars niet is toegestaan veranderingen aan te brengen in de gemeenschappelijke zaken, en dat geldt ook als deze zaken zich in privé-gedeelten bevinden (zie artikel 9 lid 2 Reglement);</li>
<li>Het vereiste van toestemming is niet beperkt tot veranderingen van een bepaalde aard of omvang. De overige delen van het Reglement en de verdere splitsingsstukken bevatten ook geen concrete aanwijzing voor een dergelijke beperking;</li>
<li>Of het in artikel 9 lid 2 van het Reglement genoemde toestemmingsvereiste ook geldt voor beperkte wijzigingen, zoals het aanbrengen van een schroef, kan hier in het midden blijven. Het gaat hier namelijk om een boorgat met een diameter van ongeveer 5 cm. Dat gat is aangebracht in een dragende buitenmuur, en het gaat daarbij niet gaat om een boring ‘in’ een muur, maar om een doorboring over de volledige diepte van de gevel/muur. Dat een dergelijke meer ingrijpende wijziging gebruikelijk zou zijn, valt niet in te zien, en dat het vereisen van toestemming voor dergelijke gevallen onwerkbaar of onwenselijk zou zijn, valt evenmin in te zien.</li>
<li>In artikel 9 van het Reglement is, zoals vermeld, het toestemmingsvereiste niet beperkt tot wijzigingen van een bepaalde aard of omvang. Evenmin staat daarin dat het toestemmingsvereiste slechts zou gelden indien de wijziging bijvoorbeeld gevolgen heeft voor de constructieve veiligheid of indien een ander hinder ondervindt van de wijziging. De bepaling moet bij toepassing van de hiervoor bedoelde objectieve uitlegmaatstaf naar het oordeel van het hof gelet daarop zo begrepen worden dat dit vereiste óók geldt voor het aanbrengen van een boorgat zoals dat hier aan de orde is.</li>
<li>Of er deugdelijke gronden zijn om een dergelijke toestemming te weigeren, is een andere vraag. Dat het in dit geval gaat om een boorgat dat is aangebracht in het kader van de plaatsing van een airco-installatie met een buitenunit, maakt dat alles niet anders. Het betoog van [appellante] dat er op grond van artikel 9 lid 2 van het Reglement geen toestemming nodig was voor het aanbrengen van het boorgat, wordt dan ook verworpen.</li>
</ul>
</div>
<div class="paragroup"></div>
<div class="paragroup">
<p><strong><span class="nr">Vervangende machtiging</span></strong></p>
<p>De appartementseigenaar vraagt aan het hof – voor het geval dat geoordeeld mocht worden dat zij toestemming nodig had voor het aanbrengen van het boorgat en dat die toestemming ontbreekt – om haar op de voet van artikel 5:121 BW een vervangende machtiging te verlenen. Dit verzoek van de appartementseigenaar is tevergeefs. Een partij die in de procedure in eerste aanleg als gedaagde niet (tijdig) een vordering heeft ingesteld of verzoek heeft ingediend, kan in hoger beroep niet alsnog in een tegenverzoek worden ontvangen. Het verzoek van de appartementseigenaar is dan ook niet-ontvankelijk.</p>
</div>
<p><strong>Conclusie</strong></p>
<ul>
<li>het toestemmingsvereiste op grond van artikel 9 van het Modelreglement maakt geen onderscheid naar de aard of omvang van de wijziging van een gemeenschappelijk deel of gemeenschappelijke zaak;</li>
<li>vraag altijd vooraf toestemming bij de vergadering van eigenaars (niet bij het bestuur!);</li>
<li>zorg indien een voorafgaande toestemming ontbreekt, dat tijdig bij wijze van een tegenverzoek (in reconventie) om vervangende machtiging wordt verzocht.</li>
</ul>
<p>Heeft u vragen over (voorgenomen) aanpassingen aan (het complex van) uw appartement, neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag verder.</p>
<p>De volledige uitspraak vindt u <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHARL:2026:293&amp;showbutton=true&amp;keyword=VVE%2Brecht&amp;idx=2">hier</a></p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/appartementsrecht/toestemmingsvereiste-aanbrengen-wijzigingen-gemeenschappelijke-gedeelten/">VvE recht: Toestemmingsvereiste aanbrengen wijzigingen gemeenschappelijke gedeelten</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Erfdienstbaarheid. Geschil over uitleg van een recht van erfdienstbaarheid van weg. Verhouding recht om erf af te sluiten en uitoefening erfdienstbaarheid. Opheffing/wijziging erfdienstbaarheid.</title>
		<link>https://www.groosadvocatuur.nl/erfdienstbaarheid/erfdienstbaarheid-geschil-over-uitleg-van-een-recht-van-erfdienstbaarheid-van-weg-verhouding-recht-om-erf-af-te-sluiten-en-uitoefening-erfdienstbaarheid-opheffing-wijziging-erfdienstbaarheid/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Fleur Groos]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 14 Feb 2026 14:37:15 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[erfdienstbaarheid]]></category>
		<category><![CDATA[Recht]]></category>
		<category><![CDATA[gemotoriseerd]]></category>
		<category><![CDATA[intensivering]]></category>
		<category><![CDATA[onvoorziene omstandigheden]]></category>
		<category><![CDATA[opheffing]]></category>
		<category><![CDATA[partijbedoeling]]></category>
		<category><![CDATA[recht van weg]]></category>
		<category><![CDATA[uitleg]]></category>
		<category><![CDATA[verzwaring]]></category>
		<category><![CDATA[wijziging]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.groosadvocatuur.nl/?p=2144</guid>

					<description><![CDATA[<p>Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 3 februari 2026 uitspraak gedaan over een erfdienstbaarheid van weg, over de omvang van het recht van weg (uitsluitend ongemotoriseerd of geen beperking) en de vordering tot opheffing althans wijziging van de erfdienstbaarheid. Essentie Partijen verschillen van mening over de uitleg van een recht van weg (het pad). Appellante (hierna : [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/erfdienstbaarheid/erfdienstbaarheid-geschil-over-uitleg-van-een-recht-van-erfdienstbaarheid-van-weg-verhouding-recht-om-erf-af-te-sluiten-en-uitoefening-erfdienstbaarheid-opheffing-wijziging-erfdienstbaarheid/">Erfdienstbaarheid. Geschil over uitleg van een recht van erfdienstbaarheid van weg. Verhouding recht om erf af te sluiten en uitoefening erfdienstbaarheid. Opheffing/wijziging erfdienstbaarheid.</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 3 februari 2026 uitspraak gedaan over een erfdienstbaarheid van weg, over de omvang van het recht van weg (uitsluitend ongemotoriseerd of geen beperking) en de vordering tot opheffing althans wijziging van de erfdienstbaarheid.</p>
<p><strong>Essentie</strong></p>
<p>Partijen verschillen van mening over de uitleg van een recht van weg (het pad). Appellante (hierna : &#8220;A&#8221; en eigenaar van het <em>heersende</em> erf) stelt dat zij in de uitoefening van haar recht wordt belemmerd doordat geïntimeerden (hierna: &#8220;B&#8221; eigenaren van het pad/het <em>dienende</em> erf) een hek en bouwwerken op het pad hebben geplaatst. B betwisten dat en stellen dat de wijze waarop A het pad wil gebruiken een <strong>ongeoorloofde verzwaring</strong> van het recht van <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> inhoudt. De rechtbank heeft B veroordeeld om het hek te verwijderen dan wel aan te passen. Het hof is van oordeel dat het hek na het bestreden vonnis door B zodanig is aangepast dat A voldoende toegang heeft tot het dienende erf en de <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> kan uitoefenen. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis.</p>
<p><strong>Oordeel Hof:</strong></p>
<ul>
<li><strong>Uitleg van het recht van weg</strong></li>
</ul>
<p>De vraag die voorligt is of het pad en het bruggetje (waarop de <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> is gevestigd) mogen worden gebruikt door gemotoriseerde (bedrijfs)voertuigen. De discussie tussen partijen spitst zich met name toe op de vraag welke voertuigen over het bruggetje en het pad mogen rijden.</p>
<p>Op grond van artikel 5:73 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden de inhoud van de <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> en de wijze van uitoefening <strong>bepaald door de akte van vestiging</strong>. Bij een uitleg van een notariële akte waarbij een <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> is gevestigd, komt het aan op de <strong>partijbedoeling</strong> voor zover die in de notariële akte tot uitdrukking is gebracht. Deze bedoeling moet worden afgeleid uit de in de akte gebezigde bewoordingen, uit te leggen naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte. Vast staat dat in de notariële akte van 9 juni 2016 een <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> van weg is gevestigd ten laste van de percelen [nummer 13] , [nummer 9] en [nummer 8] van [geïntimeerden] Het hof is met de rechtbank van oordeel dat <strong>uit de bewoordingen van de akte niet volgt dat partijen hebben bedoeld aan de <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> van weg een beperking te verbinden met betrekking tot de wijze van vervoer (zoals gemotoriseerd of ongemotoriseerd vervoer). Ook de verdere inhoud van de akte bevat geen aanwijzingen voor het bestaan van een dergelijke beperking.</strong></p>
<p>Wel kunnen de <strong>eigenschappen van de brug en het pad zelf meebrengen dat de wijze waarop deze kunnen worden gebruikt aan bepaalde beperkingen onderhevig is</strong>. Deze beperkingen volgen dus uit de <strong>feitelijke situatie ter plaatse en de intrinsieke eigenschappen</strong> van het pad en het bruggetje. De <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> is feitelijk gevestigd op een smalle strook grond en een smal bruggetje (waarvan het smalste gedeelte 2,81 meter breed is). Daarbij is relevant dat voertuigen een draai moeten maken om op het pad te geraken en er weer af te komen. Dat auto’s met aanhanger of trailer en vrachtwagens deze draai kunnen maken, is in hoger beroep niet gebleken. Het recht van <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> strekt niet verder dan wat feitelijk mogelijk is en kan slechts worden uitgeoefend met inachtneming van de intrinsieke beperkingen die het bruggetje en het pad met zich brengen. Dit betekent dat het bruggetje en pad kunnen worden gebruikt door voertuigen voor zover dit gelet op hun lengte, breedte en gewicht mogelijk is. Dat gebruik van het pad en het bruggetje met gemotoriseerde voertuigen mogelijk is, blijkt overigens uit door A zelf overgelegde foto’s, daterend van oktober 2008, oktober 2014, juli 2016 en juli 2018.</p>
<p><strong>Uit het voorgaande volgt dat met gemotoriseerde voertuigen van het pad en het bruggetje gebruik kan worden gemaakt met inachtneming van de intrinsieke beperkingen die deze met zich brengen</strong>. De (subsidiaire) vordering onder B van geïntimeerden is dan ook niet toewijsbaar. Gelet op de genoemde beperkingen kan niet in zijn algemeenheid worden geconcludeerd dat <span class="emphasis">elk</span> (bedrijfs)voertuig (met aanhangwagen of trailer) van het bruggetje en het pad gebruik kan maken. Om die reden is de door A gevorderde verklaring voor recht (vordering onder I) niet toewijsbaar. Uit het voorgaande volgt ook dat grief 1 van A in principaal hoger beroep en grief 1 van B in incidenteel hoger beroep &#8211; voor zover die grief de uitleg van de <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> van weg betreft &#8211; niet slagen.</p>
<ul>
<li><strong>(Incidentele) vordering tot opheffing althans wijziging van de erfdienstbaarheid art. 5:78 en 5:79 Burgerlijk Wetboek (BW)</strong></li>
</ul>
<p>Volgens B heeft de rechtbank ten onrechte geen rekening gehouden met de gewijzigde bedrijfsvoering van A . Deze is van invloed op het door A gewenste gebruik. A heeft geen enkel redelijk belang meer bij het in 2016 gevestigde recht van <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> ten aanzien van perceel van B, omdat er een andere route (met gebruikmaking van andere percelen) mogelijk is . Daarnaast heeft A geen belang bij handhaving van de <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> op perceel [nummer 8] omdat zij ter hoogte van dat perceel gebruik kan maken van [straat 3] , zijnde een openbare weg aldus B.</p>
<div class="paragroup">
<div class="parablock">
<p><strong>a) Artikel 5:79 BW</strong> bepaalt dat de rechter een <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> kan opheffen, indien de eigenaar van het heersende erf <strong>geen redelijk belang meer</strong> heeft bij de uitoefening en het <strong>niet aannemelijk is dat het redelijk belang daarbij zal terugkeren</strong>. B hebben ook in hoger beroep onvoldoende onderbouwd dat aan de voorwaarden van artikel 5:79 BW is voldaan. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat A een actueel en redelijk belang heeft bij gebruik van de <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> ten laste van perceel [nummer 13] . A heeft immers aangevoerd dat zij van haar bedrijf naar de plek wil kunnen rijden waar de boten (die van en naar de stalling gaan) uit het water worden gehaald en waar [appellant] sinds enige tijd een eigen aanlegsteiger heeft. Op die manier kunnen personen, gereedschap of onderdelen worden vervoerd. Zonder gebruik van de <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> van weg moet A <strong>omrijden</strong> via [straat 1] en dat is enige kilometers langer dan de doorsteek via de <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> van weg naar [straat 2] . <strong>Daarbij komt dat, zoals de rechtbank heeft overwogen, ontsluiting van [appellant] percelen [nummer 3] en [nummer 4] (nu: [nummer 15] ) naar de openbare weg ( [straat 1] ) nu nog mogelijk is via andere percelen van [appellant] . In geval van verkoop en levering van een of meer van die percelen aan een derde, is die mogelijkheid er in beginsel niet meer.</strong> Dan is de enige ontsluiting van genoemde twee percelen naar de openbare weg ( [straat 2] ) via de <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> van weg. <strong>[straat 3] is geen openbare weg en die biedt niet zelfstandig een ontsluiting naar de openbare weg.</strong></p>
<p>Gelet op het voorgaande faalt het beroep op artikel 5:79 BW dan ook.</p>
<p><strong>b)</strong> Op grond van <strong>artikel 5:78</strong> aanhef onder a BW kan de rechter op vordering van de eigenaar van het dienende erf een <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> wijzigen of opheffen op grond van <strong>onvoorziene omstandigheden</strong> welke van dien aard zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> niet van de eigenaar van het dienende erf kan worden gevergd.</p>
</div>
</div>
<p>B stellen dat A pas ná de vestiging van de <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> in 2016 haar <strong>bedrijfsvoering heeft gewijzigd</strong> en sinds 25 februari 2021 een aanlegsteiger en/of stalling aan [straat 2] 139 heeft. Anders dan de verwijzing naar deze aanlegsteiger, hebben B niets aangevoerd waaruit blijkt dat de bedrijfsvoering van A gewijzigd is. Maar ook als dit wel zou komen vast te staan, geldt dat dit geen onvoorziene omstandigheid in de zin van artikel 5:78 BW oplevert. B<strong>ij het vestigen van de <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> was het bij B bekend dat A een bedrijf is dat zich bezig houdt met het stallen van boten en caravans. Het valt niet als onvoorzien te beschouwen dat een bedrijf in de toekomst wijzigingen in haar bedrijfsvoering doorvoert. Bovendien ligt mogelijke intensivering van het gebruik van de <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> besloten in de <span class="hl0">erfdienstbaarheid</span> zelf, omdat deze in dat opzicht geen beperking kent.</strong></p>
<p>Heeft u vragen of een geschil over een erfdienstbaarheid, bijvoorbeeld over het bestaan (bijvoorbeeld op grond van verjaring) de inhoud en/of uitoefening daarvan, neem dan contact met ons op.</p>
<p>Voor de volledige uitspraak klikt u <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:348&amp;showbutton=true&amp;keyword=erfdienstbaarheid&amp;idx=1">hier </a></p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/erfdienstbaarheid/erfdienstbaarheid-geschil-over-uitleg-van-een-recht-van-erfdienstbaarheid-van-weg-verhouding-recht-om-erf-af-te-sluiten-en-uitoefening-erfdienstbaarheid-opheffing-wijziging-erfdienstbaarheid/">Erfdienstbaarheid. Geschil over uitleg van een recht van erfdienstbaarheid van weg. Verhouding recht om erf af te sluiten en uitoefening erfdienstbaarheid. Opheffing/wijziging erfdienstbaarheid.</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Besluit VVE tot verhoging periodieke bijdrage is nietig</title>
		<link>https://www.groosadvocatuur.nl/appartementsrecht/besluit-vve-tot-verhoging-periodieke-bijdrage-is-nietig/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Fleur Groos]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 02 Feb 2026 09:15:23 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Appartementsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[begroting]]></category>
		<category><![CDATA[besluit]]></category>
		<category><![CDATA[nietig]]></category>
		<category><![CDATA[reservefonds]]></category>
		<category><![CDATA[verhoging]]></category>
		<category><![CDATA[voorschot]]></category>
		<category><![CDATA[VVE]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.groosadvocatuur.nl/?p=2138</guid>

					<description><![CDATA[<p>De kantonrechter van de rechtbank Amsterdam heeft op 10 oktober 2025 uitspraak gedaan in de onderstaande VVE zaak terzake het besluit tot verhoging van de servicekosten en eenmalige bijdrage aan het reservefonds. Bij notariële akte van 31 januari 2003 (hierna: de Splitsingsakte) is het gebouw aan de [locatie] gesplitst in vier appartementsrechten (indexnummers A-1 tot [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/appartementsrecht/besluit-vve-tot-verhoging-periodieke-bijdrage-is-nietig/">Besluit VVE tot verhoging periodieke bijdrage is nietig</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="paragroup">
<p style="text-align: left;"><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">De kantonrechter van de rechtbank Amsterdam heeft op 10 oktober 2025 uitspraak gedaan in de onderstaande VVE zaak terzake het besluit tot verhoging van de servicekosten en eenmalige bijdrage aan het reservefonds.</span></p>
<p style="text-align: left;"><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">Bij notariële akte van 31 januari 2003 (hierna: de Splitsingsakte) is het gebouw aan de [locatie] gesplitst in vier appartementsrechten (indexnummers A-1 tot en met A-4).</span></p>
</div>
<div class="paragroup" style="text-align: left;"><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">Bij deze akte is het <a href="https://www.notaris.nl/files/Documenten/splitsingsreglement-1992.pdf?fac488817b"><strong>Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten 1992</strong></a> (hierna: het Modelreglement) met wijzigingen en aanvullingen van toepassing verklaard (hierna: het Splitsingsreglement) en de <span class="hl2">VvE</span> opgericht. Het totaal aantal stemmen in de vergadering van eigenaars bedraagt vijf. In het Splitsingsreglement staat onder meer:</span></div>
<div style="text-align: left;"></div>
<div style="text-align: left;">
<div class="parablock">
<p><span style="font-size: 12pt; font-family: arial, helvetica, sans-serif;"><strong><span class="emphasis">Artikel 4</span></strong></span></p>
<p><span style="font-size: 12pt; font-family: arial, helvetica, sans-serif;">1. Na afloop van elk boekjaar, dat gelijk is aan het kalenderjaar wordt door het bestuur een exploitatierekening over dat boekjaar opgesteld en ter vaststelling aan de jaarlijkse vergadering voorgelegd. Deze exploitatierekening omvat enerzijds de baten en anderzijds de lasten over dat boekjaar, waaronder begrepen een naar tijdsduur evenredig gedeelte van de te begroten onderhoudskosten die op meer jaren betrekking hebben, inbegrepen noodzakelijke vernieuwingen. Zo tot vorming van een reservefonds als bedoeld in artikel 32 eerste lid is besloten, wordt onder de lasten begrepen een telkenjare door de vergadering vast te stellen bedrag ten behoeve van een zodanig reservefonds.</span></p>
</div>
<div class="parablock">
<p><span style="font-size: 12pt; font-family: arial, helvetica, sans-serif;">(…)</span></p>
</div>
<div class="parablock">
<p><span style="font-size: 12pt; font-family: arial, helvetica, sans-serif;"><strong><span class="emphasis">Artikel 5</span></strong></span></p>
<p><span style="font-size: 12pt; font-family: arial, helvetica, sans-serif;">1. Van de gezamenlijke schulden en kosten – waaronder begrepen een naar tijdsduur evenredig gedeelte van de te begroten kosten als bedoeld in artikel 4 eerste lid – wordt jaarlijks door het bestuur een begroting voor het aangevangen of het komend boekjaar ontworpen en aan de jaarlijkse vergadering voorgelegd. Deze vergadering stelt de begroting vast.</span></p>
<p><span style="font-size: 12pt; font-family: arial, helvetica, sans-serif;">2. <strong>Bij het vaststellen van de begroting bepaalt de vergadering tevens</strong> <strong>het bedrag, dat bij wijze van voorschotbijdragen door de eigenaars verschuldigd is,</strong> alsmede het aandeel van iedere eigenaar daarin, vastgesteld met inachtneming van de verhouding als is bepaald in artikel 2 derde lid.</span></p>
<p><span style="font-size: 12pt; font-family: arial, helvetica, sans-serif;">De eigenaars zijn verplicht met ingang van een door het bestuur te bepalen datum maandelijks één/twaalfde van het bedoelde aandeel aan de vereniging te voldoen.</span></p>
</div>
<div class="parablock">
<p><span style="font-size: 12pt; font-family: arial, helvetica, sans-serif;"><strong><span class="emphasis">Artikel 32</span></strong></span></p>
<p><span style="font-size: 12pt; font-family: arial, helvetica, sans-serif;">1. Er zullen bestemming-reserves worden gevormd voor de bekostiging van het periodiek onderhoud van het gehele gebouw, de vervanging van daken en het periodieke schilderwerk. (…) De bijdragen tot het reservefonds worden gerekend tot de gezamenlijke schulden en kosten als bedoeld in artikel 5 eerste lid.</span></p>
</div>
<div class="parablock">
<p><span style="font-size: 12pt; font-family: arial, helvetica, sans-serif;">(…)</span></p>
</div>
<div class="parablock">
<p><span style="font-size: 12pt; font-family: arial, helvetica, sans-serif;"><strong><span class="emphasis">Artikel 37</span></strong></span></p>
<p><span style="font-size: 12pt; font-family: arial, helvetica, sans-serif;">1. Alle besluiten waarvoor in dit reglement of krachtens de wet geen afwijkende regeling is voorgeschreven worden genomen met volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen.</span></p>
</div>
</div>
<p style="text-align: left;"><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;"><strong>Het geschil</strong></span></p>
<div class="paragroup" style="text-align: left;">
<p><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">De gedaagde appartementseigenaar is eigenaar van het appartement aan de [adres 1] met indexnummer A-4. gedaagde heeft een breukdeel van 2/5 in de gemeenschap en 2 stemmen in de vergadering van eigenaars (in totaal zijn er 5 stemmen uit te brengen). Er heeft een VVE vergadering plaatsgevonden waarbij twee eigenaren aanwezig waren, gedaagde was niet aanwezig en de andere afwezige eigenaar heeft een volmacht afgegeven. Met meerderheid van stemmen zijn de volgende twee besluiten genomen:</span></p>
<div class="section">
<h2><span style="font-size: 12pt; font-family: arial, helvetica, sans-serif;">1. Eenmalige bijdrage <span class="hl2">VvE</span> reserves</span></h2>
<div class="parablock">
<p><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">[naam 3] geeft aan dat [naam 1] heeft aangegeven EUR 5000 te hebben geleend aan de <span class="hl2">VvE</span>. Derhalve heeft de <span class="hl2">VvE</span> op dit moment een negatief vermogen. Om dit recht te trekken is een eenmalige bijdrage van alle eigenaren nodig, uiterlijk voor 31 December. Deze bijdrage bedraagt EUR 1000 (…) voor [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] en EUR 2000 voor [adres 1] .</span></p>
</div>
<div class="parablock">
<p><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">(…)</span></p>
</div>
<div class="parablock">
<p><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">Het punt wordt in stemming gebracht. Voor: 3 ( [adres 2] , [adres 3] , [adres 4] ). Tegen: geen. Het punt is aangenomen.</span></p>
</div>
</div>
<div class="section">
<h2><span style="font-size: 12pt; font-family: arial, helvetica, sans-serif;">2. Verhoging periodieke bijdrage</span></h2>
<div class="parablock">
<p><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">Beide aanwezige eigenaren zijn het eens met het voorgestelde bedrag van EUR 180 per appartementsrecht. [naam 2] stelt dat het bedrag op een later moment eventueel herzien kan worden, wanneer de <span class="hl2">VvE</span> voldoende reserves heeft. De verhoging zal per 1 Januari ingaan.</span></p>
<p><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">De gedaagde appartementseigenaar weger de eenmalige verhoging, alsmede de verhoging van het maandelijkse voorschot te betalen. De VVE besluit om een incassoprocedure te starten en vordert betaling. De appartementseigenaar voert verweer en vordert in reconventie (onder andere) verklaring voor recht dat de besluiten nietig zijn.</span></p>
</div>
</div>
</div>
<div style="text-align: left;"></div>
<div style="text-align: left;"><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;"><strong>Juridisch kader</strong></span></div>
<div style="text-align: left;"><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">In de systematiek van het <span class="hl2">VvE</span>-recht neemt de vergadering van eigenaars met – in beginsel – meerderheid van stemmen de besluiten.</span></div>
<div style="text-align: left;"><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">Deze besluiten kunnen vervolgens achteraf worden getoetst. Uit <a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005288/2014-01-01#Boek5_Titeldeel9_Afdeling2_Artikel124">artikel 5:124 BW</a> volgt dat op besluiten van de <span class="hl2">VvE</span> de artikelen <a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0003045/2016-07-01#Boek2_Titeldeel1_Artikel14">2:14 BW</a> en <a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0003045/2016-07-01#Boek2_Titeldeel1_Artikel15">2:15 BW</a> van toepassing zijn. Op grond van artikel 2:14 BW is een <span class="hl1">besluit</span> van de vergadering van eigenaars nietig als het in strijd is met de wet of de statuten. Op grond van artikel 5:129 lid 1 BW wordt de akte van splitsing voor de toepassing van artikel 2:14 BW gelijkgesteld met de statuten.</span></div>
<div style="text-align: left;">
<div class="paragroup">
<p><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">Op grond van artikel 2:15 lid 1 BW is een <span class="hl1">besluit</span> van een orgaan van een rechtspersoon, onverminderd het elders in de wet omtrent de mogelijkheid van een <span class="hl0">vernietiging</span> bepaalde, vernietigbaar wegens strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen, strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist of strijd met een reglement. Op grond van artikel 2:15 lid 3 sub a BW kan iemand die een redelijk belang heeft bij de naleving van de verplichting die niet is nagekomen, <span class="hl0">vernietiging</span> vorderen.</span></p>
</div>
<div class="paragroup">
<p><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">Geschillen over de nietigheid van besluiten in de zin van artikel 2:14 BW moeten in een dagvaardingsprocedure bij de rechtbank aan de orde worden gesteld. Ter afwering van een vordering die ingesteld is bij de kantonrechter kan ook verwerend een beroep op nietigheid worden gedaan (vgl. <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2013:BY2640">ECLI:NL:HR:2013:BY2640</a>). In dit geval is sprake van een incassovordering op basis van een <span class="hl2">VvE</span>&#8211;<span class="hl1">besluit</span> in conventie en een vordering tot nietigverklaring van ditzelfde <span class="hl2">VvE</span>&#8211;<span class="hl1">besluit</span> (en andere besluiten) in reconventie. In lijn met de hiervoor bedoelde jurisprudentie zal om proceseconomische redenen en ter voorkoming van het voeren van twee procedures over het hetzelfde <span class="hl1">besluit</span> in deze procedure ook op het beroep op nietigheid worden beslist.</span></p>
<div class="parablock">
<p>&nbsp;</p>
</div>
</div>
</div>
<div class="paragroup" style="text-align: left;"><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;"><strong>Oordeel rechtbank</strong></span></div>
<div style="text-align: left;"></div>
<div style="text-align: left;"><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">De besluiten van 9 december 2022 van de vergadering van eigenaars tot verhoging van de periodieke bijdrage en de eenmalige extra bijdrage aan het reservefonds vormen de grondslag voor de vordering van de <span class="hl2">VvE</span>. Als meest verstrekkende verweer heeft [gedaagde] aangevoerd dat deze besluiten nietig zijn, omdat deze in strijd met onder meer de artikelen 4 en 5 van het Splitsingsreglement zijn genomen. Dit verweer slaagt.</span></div>
<div style="text-align: left;"></div>
<div style="text-align: left;"><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">Op grond van artikel 5 van het Splitsingsreglement moet de vergadering van eigenaars jaarlijks een <strong>begroting</strong> vaststellen. Daarbij moet de <span class="hl2">VvE</span> ook het bedrag bepalen dat de eigenaars bij wijze van voorschot verschuldigd zijn, met inachtneming van ieders aandeel daarin. <strong>Ook de bijdrage aan het reservefonds wordt, gelet op artikel 32 lid 1 Splitsingsreglement, gebaseerd op de jaarlijkse begroting.</strong> De <span class="hl2">VvE</span> heeft onvoldoende gemotiveerd dat de besluiten tot verhoging van de periodieke bijdrage en de extra bijdrage aan het reservefonds zijn gebaseerd op een door de vergadering van de <span class="hl2">VvE</span> vastgestelde begroting. De verwijzing naar de notulen van de <span class="hl2">VvE</span>-vergadering van 9 december 2022 is daarvoor niet genoeg. Daaruit blijkt niet dat er een begroting is vastgesteld, terwijl dit wel is vereist. Hierbij komt dat de huidige bestuurder van de <span class="hl2">VvE</span> op de zitting desgevraagd heeft verklaard dat het zou kunnen dat er destijds geen begroting was en niet te weten waarop het bedrag van € 180,- is gebaseerd. <strong>De kantonrechter oordeelt daarom dat (als onvoldoende betwist) vaststaat dat er destijds geen begroting aan deze besluiten ten grondslag heeft gelegen.</strong> De besluiten tot verhoging van de periodieke bijdrage en de extra bijdrage aan het reservefonds voldoen dus niet aan de formele vereisten in het Splitsingsreglement en zijn dus nietig.<strong> Dit betekent dat de <span class="hl2">VvE</span> geen aanspraak kan maken op betaling van de door haar gevorderde hoofdsom en daarmee ook niet op betaling van buitengerechtelijke kosten en de opslag op grond van het Splitsingsreglement.</strong></span></div>
<div style="text-align: left;"></div>
<div></div>
<div style="text-align: left;"><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;"><strong>Proceskosten VVE</strong></span></div>
<div style="text-align: left;"><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">Gedaagde appartementseigenaar heeft nog verzocht te bepalen dat zij niet hoeft mee te betalen aan de juridische kosten van de <span class="hl2">VvE</span>. Volgens het Splitsingsreglement vallen gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten onder gemeenschappelijke schulden en kosten. De interne draagplicht van [gedaagde] in de door de <span class="hl2">VvE</span> gemaakte kosten voor deze procedure volgt uit het Splitsingsreglement. <strong>Niet gesteld of gebleken is dat in het Splitsingsreglement een uitzondering is opgenomen voor het geval een eigenaar tegen de <span class="hl2">VvE</span> een procedure voert, ook niet als het gaat om een proceskostenveroordeling ten gunste van de eigenaar.</strong> Er is ook geen wettelijke regel die meebrengt dat een eigenaar van zijn interne draagplicht in een door de <span class="hl2">VvE</span> in verband met een gerechtelijke procedure gemaakte kosten is ontheven. Ook is niet gesteld dat (en, zo ja, waarom) van een zodanige uitzonderlijke situatie sprake is dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de <span class="hl2">VvE</span> [gedaagde] in dit geval aan haar interne draagplicht houdt. De kantonrechter wijst het verzoek van [gedaagde] daarom af.</span></div>
<div style="text-align: left;"></div>
<div style="text-align: left;"></div>
<div style="text-align: left;"><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">Heeft u vragen over besluiten van de VVE over de (verhoging van de) voorschotbijdrage of van de bijdrage aan het reservefonds, neem dan contact met <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/contactgegevens/">ons</a> op.</span></div>
<div style="text-align: left;"></div>
<div style="text-align: left;"></div>
<div style="text-align: left;"></div>
<div style="text-align: left;"><span style="font-family: arial, helvetica, sans-serif; font-size: 12pt;">Voor de volledige uitspraak klikt u <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:9710&amp;showbutton=true&amp;keyword=VVE,besluit%2Bvernietiging&amp;idx=8">hier</a> </span></div>
<div style="text-align: left;"></div>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/appartementsrecht/besluit-vve-tot-verhoging-periodieke-bijdrage-is-nietig/">Besluit VVE tot verhoging periodieke bijdrage is nietig</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Gebreken, mededelingsplicht en de ouderdomsclausule</title>
		<link>https://www.groosadvocatuur.nl/contractenrecht/gebreken-non-conformiteit-en-de-ouderdomsclausule/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Fleur Groos]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 13 Jan 2026 08:34:44 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Aansprakelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[contractenrecht]]></category>
		<category><![CDATA[schadevergoeding]]></category>
		<category><![CDATA[gebreken]]></category>
		<category><![CDATA[koop]]></category>
		<category><![CDATA[non-conformiteit]]></category>
		<category><![CDATA[normaal gebruik]]></category>
		<category><![CDATA[ouderdomsclausule]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.groosadvocatuur.nl/?p=2134</guid>

					<description><![CDATA[<p>&#160; Zogenaamde ouderdomsclausules komen in koopovereenkomsten voor oudere woningen regelmatig voor. Met behulp van een ouderdomsclausule beoogt verkoper het risico van gebreken gelet op de leeftijd van het pand bij de koper te leggen. In de praktijk ontstaat vaak discussie over de vraag welke gebreken onder deze ouderdomsclausule vallen en welke niet, alleen gebreken die [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/contractenrecht/gebreken-non-conformiteit-en-de-ouderdomsclausule/">Gebreken, mededelingsplicht en de ouderdomsclausule</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>&nbsp;</p>
<p>Zogenaamde ouderdomsclausules komen in koopovereenkomsten voor oudere woningen regelmatig voor. Met behulp van een ouderdomsclausule beoogt verkoper het risico van gebreken gelet op de leeftijd van het pand bij de koper te leggen. In de praktijk ontstaat vaak discussie over de vraag welke gebreken onder deze ouderdomsclausule vallen en welke niet, alleen gebreken die samenhangen met de ouderdom van de woning of strekt de clausule verder dan deze ouderdoms-gerelateerde gebreken?</p>
<p>De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in 2025 uitspraak gedaan over een vordering tot schadevergoeding van de koper van een woonhuis op grond van constructieve gebreken en het beroep van kopers op de ouderdomsclausule.</p>
<p><strong>Essentie van de zaak</strong></p>
<p>Na de levering van de door eisers (hierna &#8216;kopers&#8217;) gekochte woning (bungalow) van 60 jaar oud, zijn zij begonnen met renovatiewerkzaamheden. Tijdens die werkzaamheden bleken er allerlei gebreken te zijn aan deze woning, met name aan de dakconstructie en de dakopbouw. Draagbalken bleken ondeugdelijk aangepast te zijn, er was sprake van lekkages, ook was de dakopbouw foutief uitgevoerd.  Kopers vorderen daarom een <strong>schadevergoeding</strong> van verkoper. Verkoper stelt dat hij geen schadevergoeding hoeft te betalen, omdat kopers hun <strong>onderzoeksplicht</strong> hebben geschonden en omdat aansprakelijkheid uitgesloten is door de in de koopovereenkomst opgenomen <strong><span class="hl0">ouderdomsclausule</span></strong>. De ouderdomsclausule is ruim geformuleerd en</p>
<p>De rechtbank oordeelt dat het verweer van verkoper ten aanzien van de gebreken aan het dak slaagt niet. Verkoper heeft zijn mededelingsplicht geschonden en moet daarom de <strong>herstelkosten</strong> voor het dak aan kopers betalen. De schade die verband houdt met de overige gebreken wordt afgewezen.</p>
<p><strong>Uitleg koopovereenkomst en ouderdomsclausule</strong></p>
<p>De koopovereenkomst betreft een NVM-model koopovereenkomst, op grond waarvan verkoper in beginsel in staat voor de afwezigheid van gebreken die het <strong>normaal gebruik</strong> van de woning belemmeren. Deze garantie kan worden beperkt door het opnemen van een zogenaamde ouderdomsclausule. De uitleg van contractuele bepalingen zoals een ouderdomsclausule vindt plaats aan de hand van het zogenaamde Haviltex- criterium: niet alleen de taalkundige betekenis van de contractuele bepaling is van doorslaggevende betekenis, bepalend is wat partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten begrijpen en wat zij redelijkerwijs over en weer van elkaar mochten verwachten.</p>
<p>In deze zaak betrof het een ruim geformuleerde ouderdomsclausule, er is bepaald &#8216;<em>i</em><em>n afwijking van artikel 6.3 is aansprakelijkheid voor <strong>alle</strong> bouwkundige gebreken uitgesloten&#8217;. </em>Dat er voor een geslaagd beroep op de beperking van de aansprakelijkheid op grond van de ouderdomsclausule een verband dient te bestaan tussen het gebrek en de ouderdom van de woning, volgt niet uit de bepaling in de koopovereenkomst tussen partijen in deze zaak. Over de ouderdomsclausule hebben partijen niet onderhandeld, om die reden komt er veel betekenis toe aan de taalkundige uitleg van de clausule, bezien in samenhang met de overige inhoud van de overeenkomst en de aannemelijkheid van de uit de clausule voortvloeiende rechtsgevolgen. Op grond van deze uitleg omvat de clausule volgens de rechtbank dus ook bouwkundige gebreken die niet samenhangen met de ouderdom van de woning, zoals die aan het dak.</p>
<p>Ondanks het voorgaande oordeelt de rechtbank toch dat het beroep van verkoper op de ouderdomsclausule faalt. Volgens de rechtbank heeft de verkoper zijn <strong>mededelingsplicht</strong> geschonden, door relevante informatie niet te delen, waardoor de koper er ten onrechte van is uitgegaan en mocht uitgaan dat er geen aanleiding was tot het doen van nader onderzoek naar het dak. Hierdoor is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de verkoper zich op de ouderdomsclausule beroept, met als gevolg dat de verkoper de herstelkosten van het dak van EUR 40.000 alsnog moet vergoeden.</p>
<p><strong>Aandachtspunten voor de praktijk</strong></p>
<p>Op grond van deze uitspraak blijkt dat de reikwijdte van een ouderdomsclausule afhankelijk is van de gekozen bewoordingen. Het is dan ook van groot belang dat de formulering aansluit bij de bedoeling van partijen, zodat op grond van de bewoordingen van de clausule de uitsluiting van de aansprakelijkheid van de verkoper beperkt is tot gebreken die samenhang met de ouderdom van de woning. Verder leert de uitspraak dat een ruim geformuleerde ouderdomsclausule de verkoper niet vrijwaart van zijn mededelingsplicht, de verkoper blijft verplicht volledige en juiste informatie te verstrekken. Het belang van de mededelingsplicht wordt in deze uitspraak bevestigd, zoals ook in deze <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/uncategorized/verkoop-recreatiewoning-beschikt-niet-over-eigenschappen-voor-normaal-gebruik/">eerder besproken zaak</a>.</p>
<p>Heeft u vragen naar aanleiding van deze uitspraak of bestaat er tussen u en (ver-)koper een geschil over gebreken aan het verkochte onroerend goed, neem dan <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/contactgegevens/">contact</a> met ons op.</p>
<p>Voor de volledige uitspraak klikt u <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6287&amp;showbutton=true&amp;keyword=ouderdomsclausule&amp;idx=2">hier</a>.</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/contractenrecht/gebreken-non-conformiteit-en-de-ouderdomsclausule/">Gebreken, mededelingsplicht en de ouderdomsclausule</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Recht afsluiten erf art. 5:48 BW en (belemmering) uitoefening recht van weg</title>
		<link>https://www.groosadvocatuur.nl/erfdienstbaarheid/begrenzing-recht-afsluiten-erf-art-548-bw/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Fleur Groos]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 15 Dec 2025 09:36:57 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[erfdienstbaarheid]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[aflsuiten]]></category>
		<category><![CDATA[art. 5:48 BW]]></category>
		<category><![CDATA[burenrecht]]></category>
		<category><![CDATA[hekwerk]]></category>
		<category><![CDATA[misbruik van bevoegdheid]]></category>
		<category><![CDATA[recht van weg]]></category>
		<category><![CDATA[redelijkheid en billijkheid]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.groosadvocatuur.nl/?p=2153</guid>

					<description><![CDATA[<p>In artikel 5:48 Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de eigenaar van een erf bevoegd is dit af te sluiten. Het gevolg van deze wettelijke bepaling is dat lagere wetgevers (zoals provinciale staten, gemeenteraden en waterschappen) niet bevoegd zijn aan eigenaars de bevoegdheid tot afsluiten geheel te ontnemen, maar wel om deze te beperken. Grens [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/erfdienstbaarheid/begrenzing-recht-afsluiten-erf-art-548-bw/">Recht afsluiten erf art. 5:48 BW en (belemmering) uitoefening recht van weg</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>In artikel 5:48 Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de eigenaar van een erf bevoegd is dit af te sluiten. Het gevolg van deze wettelijke bepaling is dat lagere wetgevers (zoals provinciale staten, gemeenteraden en waterschappen) niet bevoegd zijn aan eigenaars de bevoegdheid tot afsluiten geheel te ontnemen, maar wel om deze te beperken. Grens aan deze beperking is dat er nog een redelijke uitvoerbare afsluitbevoegdheid moet worden opengelaten.</p>
<p><strong>Misbruik van bevoegdheid art. <a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005291/2012-06-13/#Boek3_Titeldeel1_Afdeling1_Artikel13">3:13 BW</a></strong></p>
<p>Omdat het gaat om een essentieel recht van de eigenaar van het erf, zullen hoge eisen gesteld moeten worden aan een eventueel aan te nemen misbruik van bevoegdheid door de eigenaar (Hof Arnhem 3 november 1992).</p>
<p><strong>Erfdienstbaarheid</strong></p>
<p>De bevoegdheid van de eigenaar zijn er af te sluiten, bestaat blijkens Hoge Raad (HR) <a href="http://ECLI:NL:HR:2006:AW6598">23 juni 2006</a> ook in het geval dat het erf belast is met een erfdienstbaarheid. Maakt hij van die bevoegdheid gebruik, dan dient hij ervoor te zorgen dat de eigenaar van het heersende erf onbelemmerd toegang behoudt tot het dienende erf teneinde de erfdienstbaarheid uit te oefenen.  In de regel zal dit betekenen dat de eigenaar van het dienende erf de eigenaar van het heersende erf de mogelijkheid biedt zich op elk moment en zonder telkens afhankelijk te zijn van de directe medewerking van de eigenaar van het dienende erf, de toegang tot het erf te verschaffen ter uitoefening van de erfdienstbaarheid.</p>
<p>In de zaak die <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/erfdienstbaarheid/erfdienstbaarheid-geschil-over-uitleg-van-een-recht-van-erfdienstbaarheid-van-weg-verhouding-recht-om-erf-af-te-sluiten-en-uitoefening-erfdienstbaarheid-opheffing-wijziging-erfdienstbaarheid/">hier</a> werd besproken, had de eigenaar van het dienende erf de weg waarop een erfdienstbaarheid was gevestigd (een recht van weg) een hekwerk geplaatst. Volgens de eigenaar van het heersende erf werd daarmee de uitoefening van de erfdienstbaarheid belemmerd, de weg zou ter plaatse van het hekwerk (waarvan de eigenaar van het heersende erf de toegangscode had ontvangen) te smal zijn geworden. Het hof oordeelde hierover als volgt:</p>
<p>De uitoefening van het afsluitrecht, <strong>waaronder begrepen de wijze waarop de afsluiting plaatsvindt</strong>, wordt begrensd door het leerstuk van bevoegdheid (art. 3:13 lid 2 BW)  en de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (ECLI:NL:HR:2019:1907).</p>
<p>In de zaak die <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/erfdienstbaarheid/erfdienstbaarheid-geschil-over-uitleg-van-een-recht-van-erfdienstbaarheid-van-weg-verhouding-recht-om-erf-af-te-sluiten-en-uitoefening-erfdienstbaarheid-opheffing-wijziging-erfdienstbaarheid/">hier</a> werd besproken, hebben de eigenaren van het hekwerk (geïntimeerden) geen sleutel, maar een code aan de buren (appellant en eigenaar van het heersende erf) verstrekt om het hek te kunnen openen. De eigenaren van het hekwerk hebben na het vonnis in eerste aanleg, de opening van het hekwerk aangepast. Appellant betoogt dat dat het na deze aanpassingen nog steeds ondoenlijk is om met de auto de draai vanaf de straat naar het pad te maken. Zij heeft ter onderbouwing van deze stelling een video overgelegd van de huidige situatie en de inspanningen die zij moet verrichten om vanaf straat op het pad te geraken.</p>
<p>Het hof ziet geen aanleiding de eigenaren van het hekwerk te veroordelen het hekwerk te verwijderen of de opening van het hekwerk te verbreden naar vier meter, zoals appellanten hebben gevorderd. Voorzover er sprake is van een <strong>beroep op misbruik van recht</strong> dan wel de <strong>beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid</strong>, faalt dat beroep omdat dit onvoldoende is onderbouwd. Uit de door appellant overgelegde videobeelden volgt dat zij voldoende toegang heeft tot het dienende erf omdat zij, weliswaar na een paar steekmanoeuvres, met haar auto door de opening van het hek kan rijden en zodoende de erfdienstbaarheid kan uitoefenen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen, neem dan <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/contactgegevens/">contact</a> met ons op.</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/erfdienstbaarheid/begrenzing-recht-afsluiten-erf-art-548-bw/">Recht afsluiten erf art. 5:48 BW en (belemmering) uitoefening recht van weg</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Verplichting medewerking oprichting scheidsmuur art. 5:49 BW</title>
		<link>https://www.groosadvocatuur.nl/recht/scheidsmuur-art-549-bw/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Fleur Groos]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 15 Nov 2025 10:53:51 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Recht]]></category>
		<category><![CDATA[burenrecht]]></category>
		<category><![CDATA[coniferenhaag]]></category>
		<category><![CDATA[erfafscheiding]]></category>
		<category><![CDATA[misbruik van bevoegdheid]]></category>
		<category><![CDATA[scheidsmuur]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.groosadvocatuur.nl/?p=2157</guid>

					<description><![CDATA[<p>De wet bepaalt in artikel 5:49 BW dat een eigenaar recht heeft op medewerking van de eigenaar van een aangrenzend erf aan een scheidsmuur voor gemeenschappelijke rekening van twee meter hoog (tenzij een vordering of plaatselijk gebruik die hoogte anders regelt). In een zaak die in 2019 heeft geleid tot een arrest van de Hoge [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/recht/scheidsmuur-art-549-bw/">Verplichting medewerking oprichting scheidsmuur art. 5:49 BW</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>De wet bepaalt in artikel 5:49 BW dat een eigenaar recht heeft op medewerking van de eigenaar van een aangrenzend erf aan een scheidsmuur voor gemeenschappelijke rekening van twee meter hoog (tenzij een vordering of plaatselijk gebruik die hoogte anders regelt).</p>
<p>In een zaak die in 2019 heeft geleid tot een <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2019:1907">arrest van de Hoge Raad</a> speelde artikel <a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005288/2024-01-01#Boek5_Titeldeel4_Artikel49">5:49 BW</a> een centrale rol. Op grond van dit wetsartikel vorderde de buurman medewerking van zijn buren aan het voor gezamenlijke rekening oprichten van een ondoorzichtige scheidsmuur van minstens twee meter hoog. Hij betoogde dat de reeds sinds 20 jaar aanwezige coniferenhaag niet als zo’n muur kwalificeerde: <a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005288/2024-01-01#Boek5_Titeldeel4_Artikel43">art. 5:43 BW</a> definieert een muur als <strong>een ondoorzichtige afsluiting vervaardigd uit steen, hout of een andere geschikte stof</strong>. De aanwezige coniferenhaag die dienst deed als erfafscheiding, voldeed daar niet aan. De eigenaar mocht daarom medewerking van zijn buren verlangen aan een erfafscheiding die wel aan de eisen voldoet. Uitzonderingen op die regel (zoals misbruik van recht of rechtsverwerking) zijn denkbaar, maar deden zich in dit geval niet voor. Het hof wees die vorderingen toe.</p>
<p><strong>Toepassingsbereik art. 5:49 BW: Er staat al een haag</strong></p>
<p>In cassatie stelden de buren dat de verplichten medewerking uit art. 5:49 BW slechts ziet op de situatie dat er nog geen mandelige afscheiding tussen twee buurpercelen is, of dat het reeds bestaan daarvan een omstandigheid is die bij de beoordeling moet worden meegewogen. <strong>De Hoge Raad constateert eerst dat in cassatie vaststaat dat de coniferenhaag geen ‘muur’ is in de zin van art. 5:43 BW </strong>en dat er geen verordening of plaatselijk gebruik is dat iets regelt in de zin van art. 5:49 BW.</p>
<p>Bij de uitleg van de artikelen stelt de Hoge Raad voorop dat het voorschrift van art. 5:49 BW ertoe strekt eigenaren van percelen binnen de bebouwde kom de gewenste <strong>bescherming van hun persoonlijke levenssfeer</strong> te waarborgen. <strong>De wetsgeschiedenis biedt geen aanknopingspunt voor de opvatting dat het recht van art. 5:49 BW niet meer kan worden ingeroepen als een andere erfafscheiding aanwezig is</strong>, beslist de Hoge Raad, ook al is dat geen muur die voldoet aan de eisen van art. 5:49 BW in verbinding met art. 5:43 BW. De eigenaar kan dus ook in dat geval de betrokken aanspraak geldend kan maken.</p>
<p>Het belang van de eigenaar bij de uitoefening van zijn recht is, omdat het om eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer gaat, in beginsel gegeven. Voor een belangenafweging zoals in de cassatieklacht bepleit is geen plaats.</p>
<p><strong>Geen ruimte voor een belangenafweging</strong></p>
<p>De Hoge Raad geeft aldus voorrang aan het belang van de eigenaar bij de uitoefening van zijn recht/bevoegdheid ex art. 5:49 BW en biedt geen ruimte voor een afweging van alle betrokken belangen dan wel voor een afweging van de belangen van <em>beide</em> eigenaren (waaronder in casu de omstandigheden dat op de grens tussen de twee erven <strong>reeds twintig jaar</strong> een mandelige afscheiding staat, dat op de bestaande mandelige afscheiding de titels 3.7 en 5.5 BW van toepassing zijn, en dat <strong>niet is gebleken van de noodzaak tot vernieuwing</strong> van de bestaande afscheiding (vgl. art. 3:170 BW en art. 5:65 BW).</p>
<p>Het voorgaande laat onverlet dat denkbaar is dat een eigenaar misbruik van recht maakt of dat zijn beroep op art. 5:49 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarvan is in dit geval echter geen sprake. Ook is mogelijk dat afstand wordt gedaan van het in art. 5:49 BW toegekende recht, of dat een eigenaar dat <strong>recht verwerkt</strong>. Daarvoor is echter meer nodig dan het enkele gedurende een zekere periode dulden van een niet aan de vereisten van art. 5:49 BW beantwoordende muur.</p>
<p><strong>Uitkomst</strong></p>
<p>Voor een belangenafweging is zoals gezegd geen plaats en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer weegt zwaarder. Om die reden mocht de buurman medewerking van zijn buren verlangen aan het plaatsen van een erfafscheiding die (wel) aan de wettelijke vereisten voldoet. De buren dienen de coniferenhaag te verwijderen en mee te betalen aan de bouw van een gemeenschappelijke scheidsmuur.</p>
<p>Heeft u vragen over een scheidsmuur en/of erfafscheiding neem dan contact met <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/contactgegevens/">ons</a> op.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/recht/scheidsmuur-art-549-bw/">Verplichting medewerking oprichting scheidsmuur art. 5:49 BW</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Indeplaatsstelling:  overdracht van bedrijf door inbreng vof in een besloten vennootschap</title>
		<link>https://www.groosadvocatuur.nl/huurrecht/inbreng-vof-in-bv-overdracht-van-een-bedrijf-voorwaarden-aan-machtiging/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Fleur Groos]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 17 Aug 2025 12:01:36 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[bedrijfsruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[contractoverneming]]></category>
		<category><![CDATA[huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[inbreng]]></category>
		<category><![CDATA[indeplaatsstelling]]></category>
		<category><![CDATA[overdracht onderneming]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.groosadvocatuur.nl/?p=2205</guid>

					<description><![CDATA[<p>Het uitgangspunt is dat vervanging van een contractspartij door een ander zonder toestemming van de wederpartij niet mogelijk is (art. 6:159 BW). Artikel 7:307 BW voorziet in een afwijking op deze algemene regel. Deze bepaling biedt de huurder de mogelijkheid om in bepaalde gevallen de indeplaatsstelling waaraan de verhuurder niet wil meewerken, af te dwingen. [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/huurrecht/inbreng-vof-in-bv-overdracht-van-een-bedrijf-voorwaarden-aan-machtiging/">Indeplaatsstelling:  overdracht van bedrijf door inbreng vof in een besloten vennootschap</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Het uitgangspunt is dat vervanging van een contractspartij door een ander zonder toestemming van de wederpartij niet mogelijk is (<a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005289/2022-10-01/#Boek6_Titeldeel2_Afdeling3_Artikel159">art. 6:159 BW</a>). Artikel 7:307 BW voorziet in een afwijking op deze algemene regel. Deze bepaling biedt de huurder de mogelijkheid om in bepaalde gevallen de indeplaatsstelling waaraan de verhuurder niet wil meewerken, af te dwingen. Artikel <a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2018-07-28#Boek7_Titeldeel4_Afdeling6_Artikel307">7:307 BW</a> is van semi-dwingend recht (<a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/2026-01-01#Boek7_Titeldeel4_Afdeling6_Artikel291">artikel 7:291 lid 1 BW</a>), zodat daar contractueel niet van mag worden afgeweken.</p>
<p>Artikel 7:307 BW eist dat het gaat om de overdracht van een in het gehuurde uitgeoefend bedrijf. Een vordering tot het verkrijgen van een machtiging tot indeplaatsstelling kan dus in beginsel alleen worden ingesteld door de oorspronkelijke huurder ingeval de voorgestelde huurder het bedrijf wil overnemen.</p>
<p>Het hof stelt in haar arrest van <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:193&amp;showbutton=true&amp;keyword=huurrecht,%2Bbedrijfsruimte%2Bex%2Bart.%2B7%253a290%2Blid%2B2%2BBW,%2Bindeplaatsstelling%2Bafgewezen,%2Bgeen%2Bbedrijfsoverdracht&amp;idx=1">18 februari 2025</a> dat het in dit geval gaat om een feitelijke voorzetting van de bestaande onderneming (een bakkerij), maar dan in een andere rechtsvorm. De bakkerij wordt door de voormalige vennoten geëxploiteerd op dezelfde wijze als voor de inbreng van de vof in de bv.</p>
<p>Partijen twisten wel over de vraag of de inbreng kwalificeert als een overdracht van het in het gehuurde uitgeoefende bedrijf in de zin van artikel 7:307 BW. Het hof is op grond van de volgende overwegingen van oordeel dat de inbreng in dit geval kwalificeert als zo&#8217;n <strong>overdracht</strong>:</p>
<p>Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat inbreng een zwaarwichtig belang voor overdracht van een bedrijf kan zijn. Een zwaarwichtig belang kan ook gelegen zijn in de wens van de huurder om de onderneming in te brengen in een vennootschap. Daaruit volgt dat inbreng in beginsel steeds als overdracht van een bedrijf kan worden aangemerkt.</p>
<p><strong>Tijdig:</strong></p>
<p>De vordering tot indeplaatsstelling kan ook na de bedrijfsoverdracht worden ingesteld, de machtiging kan  alleen worden verleend als de huurder zo spoedig mogelijk na de bedrijfsoverdracht het nodige heeft gedaan om tot overdracht van de huur te komen. een verzoek aan verhuurder om in te stemmen met de overdracht van de huur moet zo spoedig mogelijk na de bedrijfsoverdracht worden gedaan. Indien de verhuurder weigert, dan dient de huurder zo spoedig mogelijk een vordering tot machtiging in te stellen.</p>
<p>In deze zaak oordeelt het hof dat:</p>
<ul>
<li>huurder verhuurder niet zelf tijdig voorafgaand aan de overdracht heeft geïnformeerd;</li>
<li>partijen vlak na de bedrijfsoverdracht met elkaar uitvoerig hebben gesproken over een minnelijke oplossing, hetgeen niet is gelukt;</li>
<li>verhuurder niet eerder het standpunt heft ingenomen dat huurder te laat was met het verzoek tot indeplaatsstelling</li>
<li>verhuurder door het tijdsverloop niet is geschaad in zijn belangen.</li>
<li>partijen hebben zich tot de start van de procedure ingezet om een minnelijke oplossing te bereiken. Daarom kan niet worden gezegd dat het enkel feit dat huurder heeft verzuimd verhuurder te informeren voorafgaande aan de inbreng, de noodzakelijke samenhang tussen de inbreng en de uiteindelijk gevorderde indeplaatsstelling verloren is gegaan. In het verleden zijn procedures over de inbreng van een eenmanszaak of vof in een bv regelmatig tevergeefs gevoerd. Niet omdat geoordeeld werd dat er geen sprake was van een bedrijfsoverdracht maar omdat de procedure te laat was gestart, dus niet voor of zo spoedig mogelijk na de bedrijfsoverdracht, waardoor op dat moment niet meer van een bedrijfsoverdracht kon worden gesproken. Zie voor een dergelijke uitspraak <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2000:AA5518">hier </a></li>
</ul>
<p><strong>Zwaarwichtig belang:</strong></p>
<p>Een huurder dient op grond van artikel 7:307 BW een zwaarwichtig belang te hebben bij de overdracht van de onderneming. In deze zaak was het zwaarwichtig belang gelegen in de omstandigheid dat huurder de inbreng van de VOF in de BV een aanzienlijk verbeterde fiscale positie tot gevolg had.</p>
<p><strong>Voorwaarden</strong></p>
<p>Het hof verbindt de volgende voorwaarden aan de machtiging:</p>
<ul>
<li>dat de (voormalige) vennoten zich persoonlijk hoofdelijk garant stellen voor de betaling van de huurprijs en de andere uit de huurovereenkomst volgende financiële verplichtingen tot het moment dat de huurovereenkomst eindigt of van een nadere indeplaatsstelling op grond van een machtiging van de kantonrechter sprake is;</li>
<li>dat de BV een nieuwe bankgarantie dient te stellen;</li>
<li>dat de aandelen van de BV gedurende de looptijd van de huurovereenkomst tussen partijen slechts kunnen worden overgedragen  en/of als nieuwe bestuurder kan komen te fungeren (een natuurlijke persoon of een rechtspersoon), wiens UBO een te goeder naam en faam bekend staand persoon is, die in financieel opzicht voldoende zekerheid biedt voor een deugdelijke nakoming van zijn/haar verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst.</li>
</ul>
<p><strong>Tips:</strong></p>
<ul>
<li>Als u als verhuurder niet wenst mee te werken aan een indeplaatsstelling, dan doet u er verstandig aan om vanaf de ontdekking van een bedrijfsoverdracht/gebruik van het gehuurde door een derde, duidelijk te maken dat u niet wenst mee te werken aan een indeplaatsstelling en dat de huurder te laat is met een verzoek tot indeplaatsstelling;</li>
<li>Wanneer een natuurlijke persoon als huurder wordt vervangen door een rechtspersoon, dan heeft dat verstrekkende consequenties voor de verhuurder. De aandelen in een rechtspersoon kunnen immers eenvoudig worden overgedragen en waarbij een natuurlijke persoon verhaal op zijn volledige vermogen mogelijk is, kan een rechtspersoon worden &#8216;uitgekleed&#8217;. Dat is de reden dat bij de overdracht aan een rechtspersoon in de praktijk regelmatig gebruik wordt gemaakt aan de mogelijkheid om <strong>voorwaarden aan de machtiging</strong> te verbinden of een <strong>last</strong> op te leggen. Indien de voorwaarden van de machtiging niet worden nagekomen, dan heeft dat tot gevolg dat de machtiging als niet-verleend geldt. Nakoming van een last kan in rechte worden gevorderd, de niet-nakoming van een last tast de machtiging niet aan (maar levert wel een tekortkoming op).</li>
</ul>
<p>&nbsp;</p>
<p>De volledige uitspraak vindt u <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:193&amp;showbutton=true&amp;keyword=huurrecht,%2Bbedrijfsruimte%2Bex%2Bart.%2B7%253a290%2Blid%2B2%2BBW,%2Bindeplaatsstelling%2Bafgewezen,%2Bgeen%2Bbedrijfsoverdracht&amp;idx=1">hier</a>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Heeft u vragen over een indeplaatsstelling, neem dan contact met ons op.</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/huurrecht/inbreng-vof-in-bv-overdracht-van-een-bedrijf-voorwaarden-aan-machtiging/">Indeplaatsstelling:  overdracht van bedrijf door inbreng vof in een besloten vennootschap</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wetsvoorstel bevriezing van sociale (corporatie) huren ingetrokken</title>
		<link>https://www.groosadvocatuur.nl/huurrecht/wetsvoorstel-bevriezing-van-sociale-corporatie-huren-ingetrokken/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Fleur Groos]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 03 Jun 2025 11:45:10 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[Woonruimte]]></category>
		<category><![CDATA[huurbevriezing]]></category>
		<category><![CDATA[westvoorstel ingetrokken]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.groosadvocatuur.nl/?p=2121</guid>

					<description><![CDATA[<p>De van Minister Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft de Tweede Kamer geïnformeerd het wetsvoorstel huurbevriezing niet in te dienen naar aanleiding van het advies van de Raad van State, de politieke ontwikkelingen en om rust en voortgang te brengen in de volkshuisvesting. Dit betekent dat de huren in de sociale huursector vanaf 1 juli 2025 [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/huurrecht/wetsvoorstel-bevriezing-van-sociale-corporatie-huren-ingetrokken/">Wetsvoorstel bevriezing van sociale (corporatie) huren ingetrokken</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>De van Minister Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft de Tweede Kamer geïnformeerd het wetsvoorstel huurbevriezing niet in te dienen naar aanleiding van het advies van de Raad van State, de politieke ontwikkelingen en om rust en voortgang te brengen in de volkshuisvesting. Dit betekent dat de huren in de sociale huursector vanaf 1 juli 2025 mogen stijgen met het wettelijk maximum van 5% en in de corporatiesector met gemiddeld 4,5%.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Meer weten of huurprijsverhoging en de daarvoor geldende voorwaarden,  neem dan contact met ons op.</p>
<p>The post <a href="https://www.groosadvocatuur.nl/huurrecht/wetsvoorstel-bevriezing-van-sociale-corporatie-huren-ingetrokken/">Wetsvoorstel bevriezing van sociale (corporatie) huren ingetrokken</a> appeared first on <a href="https://www.groosadvocatuur.nl">Groos Advocatuur</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
