VvE recht: Toestemmingsvereiste aanbrengen wijzigingen gemeenschappelijke gedeelten

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 20 januari 2026 arrest gewezen in een geschil tussen een VvE en een appartementseigenaar.

Het gaat in deze zaak om een conflict tussen een vereniging van eigenaars van een appartementencomplex (de VvE) en een van de appartementseigenaars. De appartementseigenaar heeft een gat in de gevel van het complex geboord, dit voor de aanleg van een airco-installatie in haar appartement. Ook heeft de appartementseigenaar een aantal drainagetegels van het gebouw verwijderd en vervangen door grind. Volgens de VvE had de appartementseigenaar die handelingen niet mogen verrichten zonder toestemming van de vergadering van eigenaars van de VvE. Die toestemming is, aldus de VvE, niet gegeven.

Procesverloop

De VvE heeft in een procedure bij de rechtbank (de kantonrechter) onder meer gevorderd om de appartementseigenaar te veroordelen om het gat in de gevel te dichten en om de drainagetegels terug te plaatsen. Ook heeft de VvE gevorderd om de appartementseigenaar te veroordelen tot afgifte van een gebruikersverklaring van de huurder van het appartement van. De kantonrechter heeft deze vorderingen op 4 april 2023 toegewezen.

De appartementseigenaar heeft hoger beroep ingesteld en vordert dat de vorderingen die zien op het herstel van de gevel en op het terugplaatsen van de drainagetegels, alsnog worden afgewezen. Volgens appellant betreft het boorgat in de gevel van het complex van 50 mm niet een wijziging, zodat er geen toestemmingsvereiste voor geldt. Het maken van zo’n boorgat is volgens de appartementseigenaar geen verandering althans geen wezenlijke verandering in een gemeenschappelijk deel/zaak als bedoeld in het Reglement.

Splitsingsakte

De splitsingsakte vermeldt dat het modelreglement 1992 van toepassing is verklaard, dit voor zover dat modelreglement in de splitsingsakte niet is gewijzigd of aangevuld. Dit reglement (hierna: het Reglement) bepaalt onder meer:

F. Gebruik, beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken

Artikel 9

1. Tot de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken worden onder meer gerekend, voor zover aanwezig:

a. (…) de dragende muren en de kolommen, het geraamte van het gebouw met de ondergrond, het ruwe metselwerk, alsmede de vloeren met uitzondering van de afwerkingen in de privé gedeelten, de buitengevels, (…) de balkonconstructies, (…) de terrassen (…), de daken (…);

b. (…)

2. Het is een eigenaar of gebruiker zonder toestemming van de vergadering niet toegestaan veranderingen aan te brengen in de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, ook als deze zich in de privé gedeelten bevinden.

Het appartement is voorafgaand aan de verkoop aan [appellante] , grondig gerenoveerd. De renovatiewerkzaamheden zijn in mei/juni 2020 afgerond. Bij de renovatie is het appartement onder meer voorzien van een airco-installatie. De airco-installatie bestaat uit een binnenunit en een buitenunit. Ten behoeve van de aansluiting van de buitenunit is een gat geboord in de gevel van het gebouw. Bij de renovatie heeft [appellante] ook circa 25 drainagetegels van het dakterras vervangen door basaltgrind. Voor deze werkzaamheden was niet vooraf aan de VvE om toestemming gevraagd.

De VvE heeft de toenmalige de appartementseigenaar een brief gestuurd over de verbouwing van het appartement. Daarbij heeft de VvE de eigenaar geïnformeerd over welke werkzaamheden zij niet zonder uitdrukkelijke toestemming mag uitvoeren. Vervolgens heeft  de VvE per e-mail verzocht om de airco-installatie te verwijderen. Aan dit verzoek is niet voldaan

Oordeel van het hof

  • Niet ter discussie staat dat de gevel/muur waarin het boorgat is aangebracht, een dragende buitenmuur is en dat dit een gemeenschappelijke zaak is (zie ook artikel 9 lid 1 Reglement;
  • Het Reglement bepaalt dat het zonder toestemming van de vergadering van eigenaars niet is toegestaan veranderingen aan te brengen in de gemeenschappelijke zaken, en dat geldt ook als deze zaken zich in privé-gedeelten bevinden (zie artikel 9 lid 2 Reglement);
  • Het vereiste van toestemming is niet beperkt tot veranderingen van een bepaalde aard of omvang. De overige delen van het Reglement en de verdere splitsingsstukken bevatten ook geen concrete aanwijzing voor een dergelijke beperking;
  • Of het in artikel 9 lid 2 van het Reglement genoemde toestemmingsvereiste ook geldt voor beperkte wijzigingen, zoals het aanbrengen van een schroef, kan hier in het midden blijven. Het gaat hier namelijk om een boorgat met een diameter van ongeveer 5 cm. Dat gat is aangebracht in een dragende buitenmuur, en het gaat daarbij niet gaat om een boring ‘in’ een muur, maar om een doorboring over de volledige diepte van de gevel/muur. Dat een dergelijke meer ingrijpende wijziging gebruikelijk zou zijn, valt niet in te zien, en dat het vereisen van toestemming voor dergelijke gevallen onwerkbaar of onwenselijk zou zijn, valt evenmin in te zien.
  • In artikel 9 van het Reglement is, zoals vermeld, het toestemmingsvereiste niet beperkt tot wijzigingen van een bepaalde aard of omvang. Evenmin staat daarin dat het toestemmingsvereiste slechts zou gelden indien de wijziging bijvoorbeeld gevolgen heeft voor de constructieve veiligheid of indien een ander hinder ondervindt van de wijziging. De bepaling moet bij toepassing van de hiervoor bedoelde objectieve uitlegmaatstaf naar het oordeel van het hof gelet daarop zo begrepen worden dat dit vereiste óók geldt voor het aanbrengen van een boorgat zoals dat hier aan de orde is.
  • Of er deugdelijke gronden zijn om een dergelijke toestemming te weigeren, is een andere vraag. Dat het in dit geval gaat om een boorgat dat is aangebracht in het kader van de plaatsing van een airco-installatie met een buitenunit, maakt dat alles niet anders. Het betoog van [appellante] dat er op grond van artikel 9 lid 2 van het Reglement geen toestemming nodig was voor het aanbrengen van het boorgat, wordt dan ook verworpen.

Vervangende machtiging

De appartementseigenaar vraagt aan het hof – voor het geval dat geoordeeld mocht worden dat zij toestemming nodig had voor het aanbrengen van het boorgat en dat die toestemming ontbreekt – om haar op de voet van artikel 5:121 BW een vervangende machtiging te verlenen. Dit verzoek van de appartementseigenaar is tevergeefs. Een partij die in de procedure in eerste aanleg als gedaagde niet (tijdig) een vordering heeft ingesteld of verzoek heeft ingediend, kan in hoger beroep niet alsnog in een tegenverzoek worden ontvangen. Het verzoek van de appartementseigenaar is dan ook niet-ontvankelijk.

Conclusie

  • het toestemmingsvereiste op grond van artikel 9 van het Modelreglement maakt geen onderscheid naar de aard of omvang van de wijziging van een gemeenschappelijk deel of gemeenschappelijke zaak;
  • vraag altijd vooraf toestemming bij de vergadering van eigenaars (niet bij het bestuur!);
  • zorg indien een voorafgaande toestemming ontbreekt, dat tijdig bij wijze van een tegenverzoek (in reconventie) om vervangende machtiging wordt verzocht.

Heeft u vragen over (voorgenomen) aanpassingen aan (het complex van) uw appartement, neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

De volledige uitspraak vindt u hier

VVE recht: kamerverhuur, verhoging opstalverzekering, voorwaarden doorbelasting

In een appartementencomplex heeft de opstaverzekeraar een inspectie uitgevoerd en geconstateerd dat er sprake is van kermverhuur, op grond waarvan de premie is verhoogd. De VVE vordert uitsluitend van de eigenaren die binnen de VVE kamers verhuren betaling van de premieverhoging. Een van deze eigenaren weiger deze verhoging te betalen, waarop de VVE een procedure tot betaling start.

De VVE wordt door de rechter in het ongelijk gesteld en de vordering wordt afgewezen, omdat er geen rechtsgeldig besluit ten grondslag ligt aan de vordering. Voor de volledige uitspraak gepubliceerd op 10 januari 2024 klik hier.

Deze uitspraak illustreert het belang van een juiste en rechtsgeldige besluitvorming, alsook van het belang van een duidelijke formulering in de splitsingsakte over de geoorloofdheid van kamerverhuur.

 

Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen, neem dan contact met mij op.

VVE recht: kantonrechter verleent vervangende machtiging voor aanpassing gebouw

De VvE heeft een besluit genomen waar je het niet mee eens bent. Misschien is de door jou gewenste aanbouw niet goedgekeurd of ben je juist tegen een bouwkundige aanpassing waarvoor de VVE toestemming heeft verleend. De VVE weigert je toestemming te verlenen of legt je bezwaren tegen een verleende toestemming naast zich neer. Wat zijn je opties? Deze bijdrage gaat over de vervangende machtiging van de rechter, voor informatie over de vernietiging of nietigheid van een besluit verwijs ik naar dit artikel.

De mogelijkheid van een vervangende machtiging wordt aan de hand van een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland (Haarlem) van 16 november 2022 toegelicht.

Vervangende machtiging aanpassing gebouw. VvE heeft de toestemming voor de verzoeken zonder redelijke grond geweigerd. Kantonrechter verleent vervangende machtiging ex artikel 5:121 lid 1 BW

De zaak gaat over 2 gebouwen, die zijn gesplitst in 217 appartementen: Gebouw Noord bestaat uit 96 appartementen en twee commerciële ruimten op de begane grond (hierna: de commerciële ruimten) en gebouw Zuid bestaat uit 48 appartementen en een ondergrondse stallingsgarage.

De commerciële ruimten zijn twee separate appartementsrechten, elk voorzien van een eigen ingang en worden van elkaar gescheiden door een gemeenschappelijke hal.

Gingko BV is op 4 maart 2020 eigenaar geworden van de twee commerciële ruimten in gebouw Noord, die volgens de splitsingsakte gebruikt mogen worden voor horecadoeleinden. Gingko is een vastgoedvennootschap en maakt deel uit van een groter concern. Gingko heeft deze ruimten verhuurd aan McDonald’s Nederland B.V. (verder: McDonalds), die in de twee ruimten één restaurant wil beginnen. McDonalds wil in de ruimte met index 145 het restaurant vestigen en de ruimte met index 217 gebruiken als magazijn, koel- en vriescel en vuilruimte. Om die reden wil Gingko vier aanpassingen aan het gebouw aanbrengen.

Het gaat om de volgende aanpassingen:

A het aanbrengen van wijzigingen in de gevel van de commerciële ruimten;

B het aanbrengen van naamborden en een uithangbord aan de gevel;

C het plaatsen van een warmtepomp op het dak van gebouw Noord;

D het vergroten van de diameter van de mantelbuizen in de kelderwand ten behoeve van het verzwaren van de nutsvoorzieningen.

Ginko B.V. heeft de VvE verzocht om toestemming voor het doen van bovengenoemde aanpassingen aan de gemeenschappelijke delen van het gebouw. De VVE heeft de toestemming geweigerd. Die toestemming is op grond van artikel 22 lid 2 en 3 van de splitsingsakte vereist, reden voor de appartementseigenaar om de kantonrechter te verzoeken om een vervangende machtiging te verlenen voor het doen van de aanpassingen.

Splitsingsakte

In de splitsingsakte staat onder meer:
Artikel 22 1. Iedere op-, aan-, onder- of bijbouw zonder voorafgaande toestemming van de vergadering is verboden. (…) 2. Het zichtbaar aanbrengen in of aan het gebouw van naamborden, reclameaanduidingen, uithangborden, zonweringen, windschermen, vlaggen, spandoeken, bloembakken, schijnwerpers, (schotel)antennes, antennes van zendamateurs, luchtbehandelings- en koelinstallaties en in het algemeen van uitstekende voorwerpen, alsmede het in het zicht hangen van wasgoed, mag slechts geschieden met toestemming van de vergadering of volgens regels te bepalen in het huishoudelijk reglement. (…) 3. De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen veranderingen aanbrengen in de gemeenschappelijke gedeelten of aan de gemeenschappelijke zaken, ook als deze zich in privé gedeelten bevinden.

Beoordeling rechter

Ten aanzien van het verzoek om een vervangende machtiging te verlenen voor de vier aanpassingen aan het gebouw op grond van artikel 5:121 lid 1 BW ligt de vraag voor of de VvE de door Gingko gevraagde toestemming voor de aanpassingen zonder redelijke grond heeft geweigerd. De kantonrechter is van oordeel dat daarvan sprake is en zal daarom de gevraagde vervangende machtiging voor de aanpassingen verlenen. Zij overweegt daartoe als volgt:

De kantonrechter stelt voorop dat artikel 5:121 BW te beschouwen is als een bijzondere uitwerking van het beginsel dat de verhouding tussen mede-eigenaars wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid. De weigering van de VvE moet dan ook worden getoetst aan de redelijkheid en billijkheid. Een dergelijke toetsing vindt plaats aan de hand van alle omstandigheden van het geval en is dus geen marginale toetsing (vgl. de conclusie van de A-G bij Hoge Raad 30 oktober 1998 (ECLI:NL:HR:1998:ZC2759).

Vast staat dat het gebruik van de commerciële ruimten voor horeca past in de bestemming van de commerciële ruimten krachtens de splitsingsakte en dat dit ook is toegestaan in het bestemmingsplan. Ook staat vast dat de door Gingko gewenste aanpassingen noodzakelijk zijn om exploitatie van de commerciële ruimten door McDonalds mogelijk te maken. Toestemmingsverzoek I ziet op aanpassingen in de gevel in die zin dat een toegangsdeur wordt vervangen door een schuifdeur, ventilatieroosters worden toegevoegd achter reeds bestaande gevelroosters en enkele ramen worden beplakt met folie. Toestemmingsverzoek II betreft het aanbrengen van signage aan de gevel in de vorm van een naambord en uithangbord van McDonalds aan de Noord- en Zuidgevel. Toestemmingsverzoek III betreft het installeren van een warmtepomp in een van de vier installatiezones op de daktuin en toestemmingsverzoek IV betreft het vergroten van twee mantelbuizen in de kelder van het gebouw van de huidige doorsnee van 75 mm tot een doorsnee van 110 mm.

Zoals ook de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam heeft overwogen (r.o. 2.24) mocht bij het doen van een verzoek om toestemming voor deze aanpassingen van Gingko worden verwacht dat haar voorstellen voldoende concreet waren toegelicht, zodanig ondersteund door de nodige schriftelijke (technische) informatie en uitgewerkt, dat de leden van de VvE in redelijkheid zelfstandig een inschatting konden maken van de eventuele impact van de aanpassingen op het woon- en leefklimaat in het gebouw.

Reden weigering toestemming VVE

Als reden om de gevraagde toestemming te weigeren, hebben de VvE, [betrokkene 1] en de familie [betrokkene 1] kort gezegd aangevoerd dat de verstrekte informatie nog steeds onvoldoende, onvolledig, niet verifieerbaar, onvoldoende concreet en/of tegenstrijdig is en dat niet alle relevante vragen zijn beantwoord. Zij hebben echter nagelaten te stellen en onderbouwen welke vragen zij ten tijde van de vergadering op 8 december 2021 nog hadden die volgens hen door Gingko op dat moment niet beantwoord zijn, dan wel welke andere informatie op dat moment niet voorhanden was terwijl die wel noodzakelijk was voor een gedegen besluitvorming.

Het standpunt van de VvE, [betrokkene 1] en de familie [betrokkene 1] dat toestemming is geweigerd omdat er, kort gezegd, onvolledige en onjuiste informatie is verstrekt, valt bovendien niet te rijmen met het feit dat tijdens de vergadering door Gingko is geïnformeerd of er nog vragen waren en dat toen niet het geval bleek te zijn. Als de VvE op dat moment vond dat er informatie ontbrak om te kunnen instemmen, dan had zij ook kunnen besluiten om de stemming over de verzoeken uit te stellen om Gingko in de gelegenheid te stellen nadere vragen te beantwoorden.

Bovendien is het de vraag of het verstrekken van meer informatie of het beantwoorden van meer vragen zou leiden tot andere besluitvorming. De bezwaren van de VvE, [betrokkene 1] en de familie [betrokkene 1] lijken vooral ingegeven door zorgen over de komst van een vestiging van McDonalds in het gebouw. Gingko heeft in dat verband terecht aangevoerd dat de eigenaren van de woonappartementen in een gebouw met zowel een woon- als een bedrijfsfunctie het functioneren van het bedrijf in de bedrijfsruimte niet mogen blokkeren.

Heeft u vragen over dit onderwerp, neem dan contact met mij op.

 

De volledige uitspraak vindt u hier